Dit verhaal verscheen eerder in de Dirty Science

Het was al begonnen in Rotterdam tijdens de oorlog. In de na-oorlogse wederopbouwperiode heeft de planmatige aanpak van de openbare ruimte niet alleen veel goeds gebracht, maar ook onherstelbare schade aangebracht aan cultureel erfgoed. Er stond bijna geen rem op de vernieuwingsdrift. Tot de wal in 1969 het schip keerde.

In 1950 zei de toenmalige vorstin Juliana dat Nederland – toen nog met 10 miljoen inwoners – ‘Vol, vol, vol’ was. Emigratie werd gezien als het hoogste goed om Nederland leefbaar te houden. Voor planologen waren het gouden tijden: er werd ze geen strobreed in de weg gelegd. Onder invloed van het modernisme werd Nederland op de tekentafels in brede streken opnieuw ontworpen: wonen, werken en recreëren moesten strikt gescheiden worden, functionaliteit vóór alles, en wie het daar niet mee eens was bezondigde zich aan burgerlijke bekrompenheid; voor sentimentaliteit was geen ruimte. Eén van die brede maar minutieus uitgewerkte schetsen was ‘Plan 2000 +’, een megalomaan plan waarmee Rotterdam zijn plaats als grootste haven ter wereld voor generaties gewaarborgd zou zien.

Geen halve maatregelen

De Rotterdamse haven ondervond capaciteitsproblemen. In 1959 was al besloten om de Europoort aan te leggen, waarbij een deels agrarisch gebied bij eiland Rozenburg tot industrie- en havengebied was omgevormd. Om de aanleg van het Botlekgebied mogelijk te maken moesten dorpen als Nieuwesluis en Blankenburg maar verdwijnen, en dat gebeurde ook. Maar Rotterdam bleef groeien en daarmee de honger naar ruimte. En dus werd 1968 in alle stilte het Plan 2000+ ontwikkeld: een plan, waarbij geheel Voorne-Putten zou worden afgegraven en omgevormd tot een industrieel havengebied. Het grotendeels agrarische Goeree-Overflakkee zou één grote stad worden: Grevelingenstad, een gargantueske Bijlmermeer die meer dan 500.000 inwoners zou moeten herbergen. De kaarten tonen de bereidheid om Zuidwest-Nederland om te vormen tot één groot industriegebied op een schaal zoals dat nu in China gebruikelijk is. Het gebied zou ontsloten worden door nieuwe spoorwegen, snelwegen en vliegvelden. Van het milieu had nog niemand gehoord, althans: niet ten burele van de planologen. Die hadden een andere agenda: volgens hun inschattingen zou de Rotterdamse haven rond het jaar 2000 uit zijn voegen barsten en dat wilde men vóór zijn.

Kink

Begin 1969 legde Het Vrije Volk de hand op de plannen, die tot dan toe achter gesloten deuren waren besproken. Het is nooit duidelijk geworden wie er heeft gelekt, maar de plannen leidden tot een storm van verontwaardiging. Eind jaren ’60 was de tijdgeest veranderd met het besef dat er méér was dan alleen economische en planmatige ontwikkeling. Zuidwest-Nederland ronkte van verontwaardiging. De Rotterdamse gemeenteraad werd gedwongen een openbare hoorzitting te organiseren, waarin het de plannen in de openbaarheid bracht. Daarna begon de landelijke politiek begint zich ermee te bemoeien. Voor- en tegenstanders van het plan vlogen elkaar in de haren. Volgens de toenmalige voorzitter van de Vaste Kamercommissie Verkeer en Waterstaat, de VVD’er Zegering Hadders, moest Rotterdam ‘zich onbelemmerd kunnen uitbreiden, ook al zouden het Westland, Voorne-Putten en de Hoeksche Waard eraan moeten geloven’.  Maar minister Schut van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dacht daar anders over. Hij noemde het plan ‘onhaalbaar’ en smeedde een coalitie waarin regering én provincie vasthielden aan de tweede nota ruimtelijke ordening, waardoor het gebied zijn agrarische bestemming hield. En daarmee verdween het ambitieuze plan, na het aanvankelijke oproer, in een diepe la en likte Rotterdam zijn wonden.

Wat als?

Maar wat nu als de plannen wél waren doorgevoerd? Zou dat alleen maar negatieve gevolgen hebben gehad? De aanleg van de Maasvlakte stuitte ooit op veel verzet van de milieubeweging die niet voorzag dat diezelfde Maasvlakte het stromingspatroon zodanig veranderde, dat er voor de kust grote zandbanken ontstonden waar zeehonden dankbaar gebruik van maakten. Zodat de zeehond, na jaren afwezigheid, zijn plek voor de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust weer heeft ingenomen. Als opslag- en overslaghaven zou Rotterdam met gemak de grootste van de wereld zijn gebleven. Dorpen als Oud-Beijerland, Klaaswaal en Abbenbroek zouden niet meer bestaan: hun bewoners zouden verdreven zijn naar Grevelingenstad. Het zou de grootste industriële concentratie van West-Europa zijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.