Het vernieuwde Hoog Catharijne nadert zijn vervolmaking. Duistere jaren-‘70 gangen maken plaats voor open ruimtes met veel licht. De architectuur wordt geprezen, de NRW-jaarprijs 2019 is binnen. Wat betreft vooruitgangsdenken is er sinds de jaren ’70 weinig veranderd.

Het vooruitgangsdenken van de jaren ’60 en ’70 bood weinig plaats voor sentiment. Sentiment werd als reactionair of verdacht gezien, vooral door de stedenbouwers van die tijd. In diezelfde tijd raakten de oude stadcentra verstopt door een steeds verder toenemende verkeersstroom, vooral door autoverkeer. De groei van automobiliteit zou nog wel even doorgaan, en er moest iets gebeuren om die auto te faciliteren: méér autoverkeer was toen nog synoniem met vooruitgang. En om dat te bereiken, werden er geen halve maatregelen bedacht. Ook in Utrecht moesten keuzes gemaakt worden.

Met zijn relatief kleine en oude stadscentrum bleek Utrecht steeds verstopter te raken. Er werden wilde plannen gemaakt. De Duitse stedenbouwkundige Feuchtinger ging daarin het verst met zijn ‘Plan 2’: een radicaal ontwikkelingsplan waarin alle singels gedempt zouden worden, en er een stadssnelweg dwars door het hart van de oude stad zou lopen. Het plan werd in 1959 door de gemeenteraad goedgekeurd. Net als in Amersfoort en Amsterdam, waar vergelijkbare plannen circuleerden, dreigde de oude binnenstad te worden opgeofferd aan de grootstedelijke aspiraties van burgemeester en wethouders. Een storm van protesten brak los. Poppen van Feuchtinger werden verbrand. Vanuit Den Haag liet minister Marga Klompé, die monumentenzorg in haar portefeuille had, weten dat de singels van Utrecht monumenten waren, en dus behouden dienden te blijven.

Een ander plan

Maar Utrecht wilde nog steeds een plek om de auto’s in het centrum te kunnen stallen. En dus vroeg de gemeente aan bouwbedrijf Bredero een plan te ontwikkelen voor een grootschalige parkeergarage. Het bouwbedrijf kwam terug met een nog veel grootschaliger plan: Hoog Catharijne. Kantoren, een winkelcentrum op hoogte, parkeergarages: in één klap werden alle stedenbouwkundige vragen opgelost. Dat er voor de ontwikkeling van het gebied een complete wijk moest verdwijnen was een detail waar, naar de toen heersende opvatting, niet zo moeilijk over gedaan moest worden. Het zou een functionalistisch geheel worden, in de geest van Le Corbusier, waarin verkeersstromen gescheiden bleven en de ruimte naar functie werd ingedeeld. Ook de gebruikte materialen pasten zich daaraan aan: geen baksteen of hout, maar beton, staal en plastic.

En dus ging vol goede moed de sloopkogel door de oude stationswijk. Middeleeuwse panden werden rücksichtslos platgegooid. Pas toen het slopen eenmaal goed op gang was gekomen realiseerden de Utrechters zich wat de omvang van de operatie was en ontstond er protest. Maar was het al te laat.

De Utrecht

Een van de panden die eraan moest geloven was ‘De Utrecht’; een monumentaal Jugendstil-pand dat in 1902 was geopend. Het was een rijkversierd gebouw, ontworpen door architect Jan Verheul. Verheul schakelde verschillende kunstenaars en ontwerpers in. De Haagse beeldhouwer Jan Diekman maakte adelaars, draken en ook leeuwen met het stads- en provinciewapen bij de bordestrap. Het beeld op de linkerhoek was de verzekeringsengel met fakkel door Henri Scholtz.

Toen duidelijk werd dat ook dit gebouw eraan moest geloven, werden de protesten breder en breder. Er ontstonden twee kampen: de behoudenden vochten ervoor het pand te behouden, en te integreren in de bestaande plannen. Zij verweten de vernieuwers een ‘betonnen hart’ te hebben. Aan de andere kant stonden de vernieuwers, gesteund door de bouwers, die de overkant ‘valse sentimentaliteit’ en ‘bekrompen burgerlijkheid’ verweten.  In het betonnen Hoog Catharijne was geen plaats voor De Utrecht. Een architect noemde het ‘afzichtelijke gebouw’ zelfs een ‘architectonisch monster’.

En dus ging in 1974 de sloopkogel door dit gebouw. Delen van het interieur werden gered: kroonluchters, hout- en steensnijwerk, tafels, vloerkleden en stoelen. En de monumentale bibliotheek werd gered, belandde eerst in een dépot, toen in het Pompstation Soestduinen en siert sinds kort weer het kantoorpand van a.s.r. verzekeringen. De twee draken die de dakrand sierden worden geïntegreerd in Muziekcentrum Vredenburg. Op de plek waar het gebouw ooit stond, is nu het afhaalcentrum van de MediaMarkt te vinden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.