Na de extreem natte toestanden van de dooiaanval is er een periode geweest van relatieve rust aan het weerfont. Nee, een Westcirculatie is niet losgebarsten en nee, we zitten niet in de diep-winter maar op 7 januari begint het er, voor de nog overgebleven winterliefhebbers, een stuk beter uit te zien. De Beer schuift langzaam op naar het westen en heeft eigenlijk twéé kernen: eentje noordoostelijk van Sint-Petersburg met een druk van 1060 hPa en een filiaaltje bij Noorwegen dat vrolijk de Noorse zee op wil wandelen. Ook een Roemeense depressie wandelt langzaam maar gestaag naar het Westen, wat er toch op duidt dat de retrograde patronen van december nog steeds gehandhaafd zijn. Alleen met minder vocht in de atmosfeer. De straalstroom duikt weer de Middellandse Zee in en in de pluim winnen de koudere oplossingen het van de warme. Maar het is gematigde kou die we zien – op een paar Wilde Lijntjes na. Maar ook daar schikt niemand meer van. Het KNMI wil er in elk geval niets van weten: “Aanhoudend rustig januariweer met temperaturen rond of iets boven normaal” heet het.

Maar op 8 januari ziet het er ineens anders uit. Het Russische hoog (‘Igor’ noemt de DWD hem) neemt sneller dan gedacht in betekenis toe en breidt zijn invloed razendsnel uit richting westen. De twee kernen versmelten en in de berekeningen van zowel EC als GFS ligt er over drie dagen wéér een machtig hogedrukbolwerk (1045 hPa) boven Scandinavië, maar dit keer anders van aard: géén contact met Groenland en weinig steun vanaf de pool. Met recht een continentale kwestie dus. Het Oost-Europese laag dient in deze scenario’s als trekpaard om een stevige oostelijke stroming op gang te brengen. DWD ziet het anders en laat het hoog langzaam de Balkan in zakken, waarna we in warmere lucht terecht komen. We zullen zien.

Weerwoord
“Gadver, blègh” klinkt het uit Haarlem als een gortdroge, afkoelende pluim uitkomt. “Mág het tegenwoordig niet meer regenen of zo? Ik ga een boze brief sturen, ik weet nog niet aan wie…”
“Dat wordt weer zwervers warmföhnen” klinkt het zonder enthousiasme uit Amsterdam.
“Der Hammer!!!” roept Seppie.
“Nee hoor. Het wordt een vies walmend stink-hoog op een verkeerde plek. Wacht maar af…” sombert Voorburg.
En natuurlijk vliegt iedereen elkaar in de haren over de mogelijke uitkomsten van de scenario’s. Zuchtend klap ik mijn laptop dicht. Daar gáán ze weer.

Tmax die dag een schrale +1,8 en de wind is van pal zuid nu uit naar het zuidoosten gedraaid. Voor vannacht wordt lichte vorst verwacht, maar dat is normaal in januari. Ik loop de tuin in en ruik toch weer die typisch droge, continentale winterlucht, gemengd met de open haarden die her en der branden. Ik zie een glinstering op het gras en als ik het beter wil bekijken voel ik het knisperen onder mijn pantoffel. Het nog steeds behoorlijk vochtige gras is aan het bevriezen. Ik kijk omhoog en zie een heldere winterse sterrenlucht. Het voelt weer fris. Toch leuk!

De langzame overval
De ochtend van 9 januari is zo’n mooie, beloftevolle winterochtend die je wilt. Mijn sensor geeft aan dat het vannacht verrassend tot -4,8 is afgekoeld in mijn tuin. Het is onbewolkt en voor zonsopgang kleurt de lucht roze. Alles is lichtjes witberijpt en het gras is alweer zo hard als beton. Dat is sneller gegaan dan gedacht. Ik zie op Weerplaza dat de temperatuur op klomphoogte boven de zandgronden van Woensdrecht toch tot -9,6 is gedaald. Toch fors meer dan ‘wat lichte vorst’ bedenk ik me.

Een rondje langs de ochtendmodellen laat een forse verandering zien: de koude oplossingen zijn kouder geworden en nu is ook DWD om. Naar het zich laat aanzien zijn we alweer vertrokken voor een periode met enige vorst. Hoe lang het gaat duren en hoe heftig het gaat zijn; niemand die het weet. Het hangt ook heel erg af van de vorm van het hoog, de as ervan en de kanteling, en de lagedruk ten zuiden van ons. Daarnaast lijkt zich een koudeputje af te snoeren bij de Baltische staten en onze kant op de komen; GFS heeft dat al een paar runs in de modellen zitten. En, in de helft van die oplossingen blaast datzelfde koudeputje het hoog op en neemt de oceaan ons weer over. Spannende tijden dus!

Jan Visser schrijft op zijn website: “Het kan zomaar gebeuren dat we weer een vorstperiode krijgen. De modellen hebben wel vaker moeite met geblokkeerde patronen en onderschatten vaak de koppigheid ervan. De DWD voorziet een iets te koele januarimaand. De komende dagen moeten meer duidelijkheid verschaffen. We moeten deze winter dus zeker nog niet afschrijven”

De nacht van 9 op 10 januari daalt de temperatuur in mijn tuin verrassend tot -6,2. De Bilt tekent -4,9 op, maar als je de kaart bekijkt ziet De Bilt eruit als een warmte-eiland. Schiphol meet -6,9 en Wageningen zakt tot -7,8. 10 januari is een stralende dag met een iets aangetrokken wind die uit het oostzuidoosten waait. De temperatuur komt in De Bilt eventjes boven 0 uit: om 14:45 uur wordt het daar +0,3 graden. Als de zon ondergaat verdwijnt de rest van Nederland onder een deken van vorst, en de Tact kaarten van de instituten kleuren bijna geheel blauw, op één hoekje na: warmte-eiland Voorburg ligt eenzaam, als donkergroen eilandje tussen al dat blauwe geweld.

Maar om 17:45 kleuren ook de laatste restjes groen op de kaarten zich blauw en ligt heel Nederland weer in de vorst. Eelde meldt om 18:00 uur al -5,1 graden. De nu naar het oosten gedraaide wind neemt nog steeds in kracht toe. Als ik buiten sta voelt het lekker koud aan en af en toe voel ik mijn wangen prikken van de koude en droge doorstaande oostenwind. Dat is toch een heel ander gevoel dan de lauwe lucht van vlak voor kerst. Niemand die op dat moment kon vermoeden dat we nog eens hevig zouden verlangen naar lauwe lucht en groene plekken op de actuele kaarten.

Ik bel mijn zoon in Leiden en vraag hem of hij weet waar zijn schaatsen liggen. En ik haal de mijne naar beneden. Ze zijn nog scherp en ik leg ze keurig netjes klaar in de gang, wachtend op wat er komen gaat.

Het koudeputje lijkt inmiddels toch als sneeuwstoring vanuit het noordoosten over ons heen te komen en wordt morgennacht verwacht. Hoe ver het doorschiet de zee op is onduidelijk. Het is de enige onzekerheid die nog tussen mij en schaatsijs in staat maar ik heb er een goed gevoel bij. Ik kijk ’s avonds even op Weerwoord en de sfeer is afschuwelijk. De rekkelijken en de preciezen gaan rollend met elkaar over de straat over de vraag wat het ‘Coudeputje’ gaat doen en of je wel of niet verder mag/moet kijken dan +96. Het lijkt de Dordsche Synode wel. Ik loop nog even naar buiten om de droge vrieslucht diep te inhaleren, kijk even op de sensor (-7,8!) en ga rustig slapen.

Het weerbericht voor de komende dagen, uitgegeven door het KNMI: “Aanvankelijk lichte, soms matige vorst in de nacht en ochtend. Overdag temperaturen meest iets boven nul. Later overgang naar zachter weer”. Ik geloof er geen snars van.

Nederland en Vlaanderen zijn op 21 december onherkenbaar veranderd. Waar ooit wegen sloten of meren te zien waren rest nu één witte vlakte. Alles is dichtgestoven, geen landschapskenmerken zijn meer zichtbaar. Rijkswaterstaat en het leger hebben dagen achtereen met man en macht doorgewerkt om de verkeershoofdaders weer vrij te maken, gestrande automobilisten te redden en zoveel mogelijk dorpen weer toegankelijk te maken. Maar het lijkt onbegonnen werk. De wind is gelukkig gaan liggen, waardoor wegen die eenmaal vrij zijn, dat ook blijven. Doordat het bijna windstil is en het ’s nachts opklaart zakt de temperatuur als een baksteen: in de nacht van 18 – 19 december meet De Bilt -24,3 graden. Vlak boven de sneeuw bij Lelystad wordt die nacht -28,8 gemeten, een officieus record.

De sneeuwdikte is ongekend. Op de Veluwe wordt op sommige plekken 140 cm gemeten, bij mij in de tuin schat ik 50 – 70 cm sneeuw. De sneeuwlaag zakt door zijn eigen gewicht behoorlijk in, stel ik vast na een paar dagen meten. Het openbare leven komt maar moeizaam op gang. In onze straat wordt met vereende krachten een pad vrijgemaakt maar we weten niet waar we met al die de sneeuw heen moeten. De gemeente heeft zich nog niet laten zien dus zijn we aangewezen op saamhorigheid. Mijn overbuurman gebruikt zijn aanhanger om de sneeuw even verderop op een hoop te gooien die inmiddels bijna 3 meter hoog is. Nooit gedacht dat te veel sneeuw voor dit soort problemen kon zorgen. Auto’s rijden niet en boodschappen doen we lopend. Langs de Rijn lopen is een hachelijke zaak omdat je niet meer kunt zien waar de kade ophoudt en de Rijn begint.

Op de weerkaarten is er nu wel, voor het eerst in weken, een grote en snelle verandering te zien. Het standvastige hoog, dat al weken ons weer bepaalt, verdwijnt eigenlijk vrij gemakkelijk en maakt plaats voor een depressie bij IJsland. Een deel van ‘Ons’ hoog wordt richting Polen gedrukt en daarmee zouden we in een warme, zuidwestelijke stroming terecht komen. Ik merk dat ik dat niet eens erg vind: deze hoeveelheid sneeuw is gewoon te veel en iedereen wil wel weer ‘gewoon’ zijn leven oppikken. Bovendien valt er zo niet te schaatsen. De Pluim laat zien dat de dooi bijna onvermijdelijk is, op een enkel lijntje na. De temperaturen zouden zelfs tijdelijk tot +13 kunnen stijgen en er wordt eerst veel regen verwacht.

Water water en nog eens water
En inderdaad: op 23 december, om 09:15 ‘valt’ Vlissingen. Ik sta in de tuin in de al zwaarder en natter aanvoelende sneeuw, die nu niet meer kraakt. En dan hoor ik gedruppel en zie ik op de bomen donkere, natte plekken ontstaan. Op Weerwoord post ik: “Bødegråvn is weer gewoon Bodegraven…Ik ga de tuinstoelen buiten zetten”. Dat ik mijn schuur niet in kan door de sneeuwberg voor de ingang zet ik er niet bij.

Een uur later begint het eerst zachtjes en dan steeds harder te regenen bij een aantrekkende zuidwestenwind. Een lauwe wind op mijn gezicht, en ik verwelkom hem. Door die natte lauwheid ontstaat er echter een nieuwe situatie: de riolering is vaak nog stijfbevroren en de grond ook. Het dooiwater kan dus nergens heen en hoopt zich onderin de kleffe sneeuwlaag op of blijft gewoon staan op straat. Die nacht van 23 – 24 december realiseert Nederland zich een nieuw probleem: dooiwateroverlast. Ik vind dat een mooi 3x woordwaarde-woord, maar het probleem is enorm. Bij mij sijpelt er water de keuken in en ik zie de straat veranderen in een laag zeer natte prut. Lager gelegen buren zijn met zandzakken in de weer. De enorme sneeuwvracht in ons land blijkt een waterreservoir van ongekende omvang te zijn dat nu snel vrijkomt. Omdat de ijslaag op sloten en vaarten behoorlijk dik is kan er niet of nauwelijks bemalen worden.

De week van Kerst tot Oud & Nieuw 2016 – 2017 zal niemand in de laaggelegen delen van de Benelux ooit vergeten. Het was de week van de Grote Kerstoverstromingen, een nieuw fenomeen in Nederland en wéér een unicum in deze merkwaardige winter, die nog niet eens op 1/3 de was. De temperatuur loopt op tot 13,7 graden op 29 december. Bij weinig wind en een zonnetje voelt het ronduit voorjaarsachtig aan.

Voorjaar?
Op oudjaarsdag maak ik een ritje in mijn omgeving. Het valt me op hoe snel en hoe veel er is weggegooid. De vele regen die de eerste drie dagen van de dooi-aanval is gevallen zal dat proces bespoedigd hebben. En de hoge minima: ’s nachts zakte het kwik drie dagen lang niet onder de 10 graden. Hier en daar liggen nog enorme sneeuwhopen en in de schaduw in de sloten is het nog wit, maar de Oude Rijn ligt deels weer open en je ziet weer gras. Alles is enorm drassig en nat, maar de situatie verbetert snel. Het zonnetje en de lauwe zuidwestenbries maken veel goed. Je hoort de hele tijd water stromen en druppelen. De mensen komen opgewekt hun huizen uit en knipperen tegen het licht. Op straat wordt er gesproken over deze brute winterperiode en algemeen is men blij dat het over is. Op het platteland is nog veel wateroverlast maar ook dat wordt snel minder.

De Pluim intussen waaiert alle kanten op en de onzekerheid begint al op +96. Krijgen we een herhaling van zetten of houdt het milde, voorjaarsachtige weertje aan? Of komt de Westcirculatie nu eindelijk op gang? De poolwervel is nog steeds zwak, en de modellen hebben daar moeite mee. Van mij mag alles eerst maar eens wegdooien; schaatsijs is wat we willen! In de hoek van mijn tuin, in de schaduw, overleeft het sneeuwduin de dooi maar wordt steeds kleiner. Ik ga er af en toe naar kijken om me te herinneren wat er in deze knotsgekke decembermaand allemaal gebeurd is.

Mijn verjaardag op 2 januari is het Vleesch noch Visch-weer: half bewolkt, Tmax 7,6, Tmin 3,4. wind ZZW 3 Bft. Naar het zich laat aanzien blijven we even in dit niemandsland.

Weerwoord
Op Weerwoord slaat de irritatie toe.
“Ik zei het toch” aldus de een, “deze winter stelt niets voor. Dit was een aardig decemberwintertje, meer niet.”
“Doe es normaal man”, zo een ander. “Er is nog nooit zo veel sneeuw gevallen. En -28,8 gemeten. Noem dat maar niets”
Seppie is terug uit zijn Yurt en ziet in de verte, op +240 nieuwe hogedrukimpulsen in het noorden en schrijft de winter nog niet af. “Het is pas net begonnen hoor!”
“Ik heb een krat bier teruggevonden” klinkt het enthousiast vanuit Doetinchem. “Die lag onder een halve meter sneeuw. Joepie!”
Interessanter zijn de discussies over wat er allemaal gebeurd is de afgelopen maand en wat er de oorzaak van geweest kan zijn. Niemand die het echt weet te benoemen. We vermoeden de zwakke poolwervel en de vroege split ervan. EC hint overigens op een nieuwe split, op afzienbare termijn, maar dat zien we dan wel weer. Mijn winterhart is in elk geval verzadigd geraakt.

Uit mijn dagboek:
6 januari 2017: Op de weerkaarten verschijnt nu toch steeds vaker ‘De Beer’. Een Noord-Siberisch hoog heeft retrograde neigingen en in de achterkamer daarvan is het nog steeds bitter koud. Ik ben benieuwd of het nog een keer lukt deze winter; dat zou leuk zijn. Zo’n steendroge en -koude transportkoumaand als februari 1986 – dat zou wat zijn zeg. Met mooi zwart glij-ijs. Of is dat nou teveel gevraagd? De vorstgrens ligt ergens in Wit-Rusland en daarachter vriest het gewoon nog streng tot zeer streng dus wie weet…Vandaag trouwens iets normalere temperaturen: Tmax +3,5, Tmin -0,3. Het kan dus toch nog vriezen!

Op de weerkaarten is het nu rustig. De oceaan houdt zich koest en de straalstroom meandert vrolijk en sliertig wat de voorspelbaarheid op middellange termijn vrij laag maakt. We bevinden ons weer in een soort niemandsland, dit keer gevuld met maritieme lucht. Op de pool stijgt de luchtdruk weer en De Beer laat zijn neus zien rechtsboven op de WZ-kaarten. Zie ik daar nou 1055 staan?

De Depressie bij Newfoundland, die ons winterweer zou verdrijven, gaat toch een andere koers varen dan eerder verwacht: die zal waarschijnlijk ‘onderdoor’ scheren, zoveel is nu wel duidelijk. Wat dat voor ons precies gaat inhouden weten we niet, dat hangt af van de exacte koers en dat is nowcasten. De laatste berekeningen laten hem platgedrukt aan land gaan bij Duinkerken, wat bij ons een toename van de ongemakken zou betekenen. Ik geloof niet dat er veel mensen zitten te wachten op nóg meer winters gedoe behalve wij, weerfreaks. Want alles beter dan saai weer.

De weerkaarten zien er rommelig uit. Een koude hogedrukgordel met daarin ingevangen laagjes bepaalt ons weer. Het maakt in deze setting ook niet uit vanuit welke hoek de wind waait: overal vriest het. Zelfs op dagen met een zwakke zuidwesten wind blijft de Tmax makkelijk onder 0, ook in Vlissingen. Dit doet me inmiddels aan 1985 denken of erger: ik kan me dit eigenlijk niet heugen. De koppigheid van het winterweer en de steeds winnende koude oplossingen voelen ‘gewoon’ aan. Een winter met regen: wat is dat?

De laatste dagen is er af en toe wat sneeuw bijgevallen maar te weinig om significant te zijn. Op meren en plassen worden ijsclubs actief en beginnen de eerste toertochten sneeuwvrij te maken. Dat heeft even geduurd, maar de laag sneeuw op het ijs maakte het eerder onverantwoord om het ijs op te gaan. Maar nu, na bijna 4 weken vorst, moet dat gewoon kunnen en dat lukt ook. De websites met toertochtkalenders lopen vol, maar met dit grijze, kille weer denk ik niet dat het storm zal lopen met rubbertegelgeneratieschaatsers.

Weerwoord
Op Weerwoord wordt er druk gespeculeerd over de koers van het laag en gerefereerd aan 1979. Terwijl ik denk, dat we 1979 al op punten voorbij zijn is het leuk om mee te denken.

“Ik wil niet vervelend klinken, maar deze dooi-aanval lukt gewoon hoor. Daarna is het over en uit. Bovendien: wanneer begint die winter van jullie eigenlijk? Het heeft hier slechts één keer streng gevroren. En dan nog maar -10,3. Dus waar hebben we het over…” klinkt het weinig enthousiast uit Leiden.
A3 meldt op het VWK forum dat “het astronomisch gezien nog geen winter is en het dus nix is en het vanzelf weer warm wordt”
Van Seppie wordt niets meer vernomen maar men fluistert dat hij naakt in een van sneeuw en ijs gebouwde Yurt vredig Finse winterliederen zit te neuriën.
Hellevoetsluis klaagt over een breed ervaren algemeen gebrek aan vocht. Haarlem is het daar roerend mee eens.

17 december: Snowmageddon
Op 16 december maakt het kabinet bekend dat de energiebelasting met maar liefst 34% (‘Europese Solidariteits-koudepremie’) omhoog gaat. En daar gaat nog 21% BTW overheen. Want deze heffing wordt blijkbaar beschouwd als ‘luxeartikel’. Men is te bevroren om er echt boos over te worden en teveel bezig met deze koudegolf uit te zitten maar ik denk al aan de eindafrekening en ben wél boos. Evenwel koerst er een vochtig warm en nat lagedrukgebied op ons koudebastion af en dat lijkt mooi onderdoor te gaan schieten.

Wij Weerwoorders hopen stiekem op een sneeuwstorm van 1979-achtige proporties, maar het KNMI ziet dat anders: ‘Mogelijk enige tijd lichte sneeuw, in het zuiden misschien enige tijd matig’ luidt het voorzichtig. Ik zie dat anders en uit dat ook op Weerwoord. Oude houwdegens fakkelen mij af: alsof ik het beter weet dan het KNMI? Toch heb ik er geen goed gevoel bij. Dit kan rampzalig uitpakken en het land heeft al logistieke problemen. EC laat het laag Frankrijk in zakken, maar de DWD voorziet een oost-noordoostelijke ramkoers.

Onverwachte koers
Het laag (‘John’) komt iets boven Duinkerken om 13:55 aan land. Gelijktijdig stijgt de druk in het noorden. In Vlaanderen ontstaat een ijzelramp: John komt aan op een bevroren land en draagt veel lauwe regen bij zich, en een laag van 5 cm ijs bedekt binnen een uur alles en vernielt bomen, elektriciteitskabels en maakt verkeer onmogelijk. Via Vlaanderen koerst de kern in noordoostelijke richting met op het front een zeer brede strook met extreem weer: sneeuw, hagel, ijsregen, rukwinden en onweer. Iets noordelijker wakkert de noodoostenwind aan tot 7 Bft. Mijn hele huis kraakt en piept. De wind slaat in de schoorsteen van de haard en mijn hele woonkamer staat blauw. Buiten stuift een wit waas door de straat. Lantaarnpalen wiebelen in de gierende wind. Ik kan niet zien of het sneeuwt of dat dit stuifsneeuw is; dit gaat te hard, te snel. In de verte zie ik weerlicht. Zelfs binnen in mijn oude huis voel ik de tocht trekken en is het koud. De net gerepareerde CV pompt dat het een aard heeft. Hoe lang gaat dit duren?

Op de buienradar kunnen we de kern mooi volgen. Die trekt onder Antwerpen richting Eindhoven, Venlo. In het Noorden is de wind nu een volle 8 Bft en ook daar sneeuwt het nu volop. Een hoogtelaagje vanaf de Oostzee koerst zuidwestwaarts en dumpt, over het hoofd gezien door het noodweer in Vlaanderen, Midden- en Zuid-Nederland, Noord-Nederland vol met een bak sneeuw van onbekende omvang. In Maastricht: enige tijd regen bij -3,1, wat tot één grote ijskoek leidt. Een vriendin van mij in Oost-Brabant meldt dat de sneeuw tot aan het dak van haar boerderijtje in Zeeland (zo heet het daar) is opgewaaid – ze kunnen niet meer uit het raam kijken.

Surrealistische wereld
Voor de derde keer deze winter komt het openbare leven tot stilstand in het welvarendste gedeelte van Europa. En nu geeft zelfs het KNMI om 17:45 een weeralarm af. Dat mag ook wel: in mijn tuin is het sneeuwduin bijna tot het dak van de schuur opgewaaid en zelfs ik ga in dit weer niet naar buiten. Ik heb medelijden met de vrijwilligers die de schaatsbanen sneeuwvrij hebben gemaakt: al dat werk kan opnieuw gedaan worden. Als ik naar buiten kijk zie ik in de straat surrealistische vormen van sneeuw waar ik ooit de auto’s wist. In mijn keuken wordt sneeuwstof naar binnen geblazen en vormt een nat geometrisch hoopje. Mijn weerstationnetje heeft de geest gegeven maar volgens Weerplaza Actueel moet het -4,5 zijn. Ik ben 48 maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.

De volgende ochtend blijkt dat de twee depressies boven de Veluwe op elkaar gebotst zijn, beide niet verder konden komen, en in een groot gebied integraal leeggesneeuwd zijn. De foto’s die de volgende dag volgen kennen we alleen uit de Alpen of uit Scandinavië: er is bijna een meter sneeuw gevallen, misschien wel meer. Dit is het tweede unicum van deze winter: nooit viel er op één plek in Nederland zoveel sneeuw.

Omgeving Zwolle (Wezep), aan de Noordrand van de Veluwe, meldt 113 cm poeier. We zien onwerkelijke foto’s van de Veluwe die op Finland lijken. Het openbare leven in Nederland en Vlaanderen staat compleet stil. Mensen beginnen nu toch een beetje ongerust te worden – niemand die zich dit soort bruut wintergeweld kan herinneren. Waar gaat dit heen? Kunnen we morgen nog naar de supermarkt? Wanneer zijn de wegen weer vrij?

Het nationale crisisteam overweegt verregaande noodmaatregelen. Wat die precies in zullen houden wordt later bekend gemaakt.

 

Het is natuurlijk allemaal mooi en prachtig al dit winterse geweld, maar ook wat beangstigend. Ruim drie weken geleden, op 21 november, viel de winter bruut en veel harder dan verwacht in, en sindsdien is de temperatuur niet meer boven 0 geweest in bijna de gehele Benelux. Na de tweede sneeuwdump van pakjesavond komt de transportkou op gang; een ijzige doorstaande ooster jaagt over het witte land en gaat door merg en been. De sneeuw de werkelijk overal ligt blijft zich op deze manier steeds verplaatsen en zorgt voor ongemakken – vooral in het verkeer. De dagen zijn grijs, donker en koud en doen mij denken aan 14 januari 1987, een dag dat de maximumtemperatuur in Rotterdam niet boven de -11 kwam. Zo erg is het nu niet, gelukkig, maar ik geef als winterliefhebber toe: het is intimiderend. Het verschil tussen de nacht- en de dagtemperatuur is gering en schommelt dezer dagen tussen de -11 en de -6 graden. Dat alles bij pal oostenwind kracht 6-7 Bft. Het fluit de hele tijd om het huis en de CV ketel draait overuren.

Op de kaarten is er in de verste verten geen enkel zicht op tempering van de vorst. Er ligt een gigantische gordel van hogedruk van Groenland tot diep in Siberië in en dat blijft gewoon zo. De twee lagen sneeuw zijn door inklinking tot een compacte harde korst geworden, en werkelijk op elke straathoek zie je sneeuwduinen die elke dag weer op een andere plek liggen door de permanent doorloeiende oostenwind. Op kruisingen zie je gewoon de straatstenen, terwijl op andere plekken de sneeuwhopen soms meer dan een meter hoog gewaaid zijn.

Gewenning
De aanvankelijke euforie onder de winterliefhebbers raakt nu ook wat bekoeld; men raakt verzadigd. Daarnaast heeft West-Europa nu een serieus probleem: door de sneeuwdriften wordt het transport over de weg en het spoor bemoeilijkt en de bevoorrading van van alles en nog wat komt onder druk te staan. Waterleidingbedrijven krijgen problemen, evenals energiebedrijven die de vraag naar energie niet altijd bij kunnen benen. In Duitsland zijn er al black-outs geweest, op windstille dagen, als de reservecapaciteit van de windmolens de vraag niet kon bijbenen. Door de harde wind blijft het IJsselmeer nog open, maar de ijsgang bemoeilijkt de vaart aanzienlijk; sinds 12 december wordt er in konvooien gevaren, wat prachtige beelden oplevert van beijsde binnenvaartschepen. Het E-woord valt steeds vaker maar in Friesland zijn er door de harde wind nieuwe wakken ontstaan op de route en er is veel zand en sneeuw op het ijs gewaaid. De Friezen houden het hoofd koel, terwijl het Westen nu al verhit brult om eindelijk een tocht. Zo ver is het – nog lang – niet.

121020162624110

In mijn dagboek:
13 december. De vorst duurt nu drie weken en ik beken eerlijk dat ik het verder wel geloof. Ik zou wel eens een zonnetje willen zien, of een vleugje warmte willen voelen. Ik wilde winter; hier was hij. Nu graag een intermezzo of iets anders. Ben ik verveeld? Hoe lang duurt dit nog? Zelf in mijn dubbel-beglaasde slaapkamerraam zie ik ijsbloemen. En het vriest letterlijk dat het kraakt; ’s nachts hoor je de bomen zuchten en kraken onder de koude, gierende oostenwind. En elke ochtend moet je de auto uitgraven uit elke keer weer anders gevormde sneeuwduintjes. Opmerking: mijn CV maakt soms rare klokkende geluiden. Ik moet er niet aan denken dat die nu de geest geeft….

Maar na een week hangt er hangt verandering in de lucht: op de weerkaarten meldt zich de eerste koude-uitbraak bij Newfoundland die een depressie de Oceaan op zou moeten sturen. Volgens EC zou die het hogedrukbastion naar het oosten duwen en zouden wij in de ruime dooi terechtkomen. Althans: volgens een deel van de pluim (waaronder de Oper). De meeste leden zien echter een bestendiging van matige vorst. We zullen zien.

Weerwoord:
“Kan dat witte spul nu eens weg? Ik heb het nu wel gezien…” (Frank)
“Ik heb een nieuwe Bult geschapen. Tot wanneer blijft die bestaan? Graag jullie gokjes!” (Douwe – met een foto van een onbeschoft hoge sneeuwbult)
“Ik liep naakt de tuin in. Had het toch best warm hoor!” (Katya)

Tmin die nacht: -10,3. Tmax de volgende dag: -6,6. Wind: Oost, 5Bft.

Dagboek:
14 december: Opgestaan in een ijskoud huis. CV is ermee gestopt. We koken pannen met heet water om ons te wassen en ik stook de haard op maar het einde van de houtvoorraad is al in zicht. Gelukkig staat er in de schuur een elektrisch kacheltje. Die zet ik dan maar in de woonkamer. Ik vries zowat vast aan de pleebril. Leuk hoor, Totaalwinter! Maar ik lees dat de ijsclub (eindelijk!) open gaat. Het was blijkbaar een gedoetje om iets schaatbaars te maken van de sneeuw-en ijsprut op dat ondergelopen weiland. Ik overweeg om over de ijskorst op de Zuidzijde erheen te schaatsen puur omdat het kan, maar doe het toch niet. Op de ijsclub is bijna niemand. Het is ook veel te koud.

Achteraf zijn meteorologen het erover eens geweest: deze samenloop van omstandigheden verzin je niet en lijkt ook onmogelijk: dit soort verschillende luchtsoorten botst doorgaans gewoon niet op elkaar. Uitgesloten. Maar dit was niet het enige unieke feit van de winter van 16 – 17, wel het eerste. Achteraf blijkt dat de snelheid van het koutransport over het nog warme Noordzeewater een factor was. En de Comma’s die in het kielzog van het eerste Polar Low door dat warme water in korte tijd konden uitgroeien tot zelfstandige Lows. En de grootte en logheid en de verrassende noordelijke koers van de Genuadepressie. En het afgekoelde continent. En van alles.

In Nederland zaten families knus bij elkaar. Het KNMI had voor het westen weliswaar code oranje afgegeven maar hield het op een ’smalle kuststrook’ waar ‘regen of natte sneeuw’ zou kunnen vallen. In de rest van Nederland enige tijd ‘lichte sneeuw’. Men was inmiddels gewend geraakt aan de winterse ongemakken en dus een tikje overmoedig geraakt.

Zelf kon ik me nauwelijks concentreren op de gedichten. Ik keek alleen maar naar buiten en hoopte vurig op spektakel. En toen begon het. Eerst een paar verdwaalde vlokjes, maar de intensiteit van de kleine sneeuwvlokjes nam heel snel toe. Ik liep naar het weerstationonnetje en las -3,8 af, wat me geruststelde. Buiten sneeuwde het intens. “Het is begonnen” zei ik en we gingen door met de pakjesavond.

Hoor de wind waait
Wat ik op dat moment niet wist was, wat er inmiddels in Noord-Holland gaande was. Dit Polar Low was er een van aanzienlijke proporties en het groeide aan de achterkant steeds aan. De Comma’s/Low’s die er daar weer achteraan kwamen zorgden voor een niet-aflatende sneeuwdump van hoge intensiteit bij een temperatuur van vlak onder 0 in het uiterste westen tot -3 meer in het binnenland. In Haarlem regende het zelfs even stevig door bij +0,2 – het indraaien van warme lucht vanaf de Noordzee won het daar even van de kou. Datzelfde gebeurde later ook in Zuid-Holland: Hellevoetsluis meldde om 19:45 enige tijd zware regen. Maar in Noord-Holland was in korte tijd minstens 15 cm sneeuw gevallen en dat zou nog wel even doorgaan. De kern van de PL zou bij Zeeuws-Vlaanderen naar binnen draaien – was de verwachting. Het front van de Genuadepressie zou stagneren boven Brabant en daar wat lichte sneeuwval geven in een brede frontale strook. Zou. Het liep anders.

De Praktijk
De route van het Polar Low kwam zuidelijker uit. Het indraaien van relatief warme en vochtige luchtmassa’s die botsten op het nog steeds traag naar het noordwesten opschuivende Genuafront zorgden voor urenlange, zeer intensieve, zware sneeuwval in de westelijke helft van de Benelux. Op de weerkaart was er geen touw meer aan vast te knopen en op de buienradar was het één grote, onduidelijke kolkende en steeds weer activerende soep geworden, een beetje als in december 2010. Alleen viel er toen hier maar 27 cm sneeuw.

De laatste keer dat ik naar buiten keek ging het sneeuwen onverminderd voort. Dat was rond 01:00 uur. Er lag een onwaarschijnlijke vracht sneeuw in de straat die bijna niet meer als straat herkenbaar was. De auto’s tot halverwege de portieren ingesneeuwd. Op de buienradar was het één tombola van actieve buien, draaiende kerntjes en soms een gaatje. Daar werd natuurlijk over geklaagd.

Reacties op Weerwoord
“Zie je wel”, aldus de een in Woerden, “we krijgen hier ook nooit wat. Ik hoor overal berichten over 30 cm en meer en hier ligt maar hooguit iets van 25. En een sneeuwt bijna niet meer. Oh wacht: het intensiveert weer…”

“In Leiden dooit het bijna”, aldus de ander bedroefd. “Moet ik dit winter noemen?” In datzelfde Leiden ligt op dat moment ongeveer 45 cm sneeuw: de oude en de nieuwe laag opgeteld.

Maar er is ook blijdschap: “REGEN in Haarlem!! Dat ik dit nog mag meemaken!!” juicht iemand, waar anderen hem uitbundig mee feliciteren.

Wakker worden in Siberië
Als Nederland en België op 6 december wakker worden ligt het onder een vracht sneeuw van tussen de 30 en 95 centimeter. De lucht is opgeklaard en de temperatuur is weer terug in zijn hok: overal vriest het tussen de -4 (Den Helder) en -12 (Woensdrecht) graden. In de meer Oostelijke delen heeft men te maken gehad met de Genuadepressie die weliswaar minder intensief, maar toch gestaag zorgde voor een verse laag sneeuw van ongeveer 15 cm. Het levert een unieke satellietfoto op, die uitgeprint op mijn werkkamer zal hangen. De complete Randstad zit op slot, zoals eerder ook, maar de mensen gaan er gelatener mee om en er is sprake van berusting. Forumleden halen oude, vergeten Russische en Scandinavische verbasteringen van hun plaatsnamen uit het vet. Zelf bericht ik vanuit Bødegråvn.

Op de weerkaarten wordt het oude hoog ‘Ilse’ opgeslokt in een brede gordel van hoge druk die loopt van Groenland tot diep in Siberië. Het complete stromingspatroon is omgedraaid en het ziet er niet naar uit dat hier voorlopig verandering in komt.

Het KNMI houdt het simpel: “Aanhoudend koud weer met van tijd tot tijd sneeuw”. De Pluimen laten iets anders zien: een verscherping van de vorst lijkt er weer aan te komen en dit keer niet door stralingskou maar echte, klassieke transportkou. Als we de modellen mogen geloven gaan we een week tegemoet met middagtemperaturen van -6 en een harde, droge, oostenwind. Gevreesd wordt voor sneeuwdriften.

De druk van de vracht sneeuw duwt het eertijds zo mooie schaatsijs helaas het water in, waardoor er onder die sneeuw een gele, ruw-brokkelige laag “Wienerschnitzelijs” ontstaat op de vaart achter mijn huis, die onschaatsbaar is. Mijn zwager in Toronto bericht mij, dat ze daar nog steeds op de winter wachten, en of ik die toevallig gejat heb. Het zij zo. Is dit Nederland?

De wegen zijn weer min of meer weer begaanbaar en het openbare leven heeft zich weer, zo goed en zo kwaad als dat gaat, hersteld. Alleen de Lopikerwaard zit nog zonder stroom. Een groot gevoel van saamhorigheid merk ik in Nederland, want we hebben hier allemaal mee te maken. Mensen lijken vriendelijker en de korte lontjes lijken wel bevroren.

In Vlaanderen is de brutale winterinval ook niet zonder gevolgen gebleken. Vooral de West-Vlaamse kust blijkt record-hoeveelheden sneeuw te hebben gekregen. Wouter en Benny berichten pas na dagen (eerder was ook daar de stroom weggevallen) over sneeuwhoogtes van meer dan 70 cm, en meten -19,9, maar ik ben niet eens jaloers: hoeveel winter wil je hebben?

Het valt me op hoe snel de mens zich aan een situatie aanpast. Ik merk dat ik volkomen gewend ben aan de vuilwitte, krakende korst die op de stoep ligt, aan het glij-rijden met de auto, de kou. Aan het pak sneeuw in de tuin dat in de loop van de week is ingeklonken tot een centimeter of 30. Naar mijn schuur loopt een platgestampt pad – net alsof ik in Zwitserland ben.

Voor-en nadelen
Ik kijk met een schuin oog naar het nu bevroren water in vaarten en plassen waar nou eens géén sneeuw op ligt – prachtig zwart keihard glij-ijs-in-wording volgens degenen die zich er al op gewaagd hebben. Ik kijk ook met een schuin oog naar de gasmeter, wiens getik ik in de gang de hele tijd hoor én ik kijk met een schuin oog naar die depressie boven Finland, die via de Oostzee storingen onze kant op lijkt te gaan sturen – daar gáát het glij-ijs. Ik wil nu wel eens een schaatswinter met mooi ijs. En in de media valt het E-woord wat tot hevige discussies leidt.

Ook op Weerwoord is men verwend geraakt en zijn de oude posities behouden. Wat voorbeelden:
“Dit gaat ongekende proporties aannemen. Als de zaak zo geblokkeerd blijft, dan schaatsen we zó naar Londen…”
“Het is tegen mijn gewoonte, maar op +356 zie je toch duidelijk dat de blokkade doorbroken wordt. Daarna is het over en sluiten. Moet ik hiervan genieten, wetende dat het over een week klaar is? Nee toch zeker?…”
“Gaaap, vannacht Tmin -14,4. Wie biedt minder?”

De laatste EC-run laat nu óók een Genuadepressie (“Romeo”) zien die opdringerig wordt. Het hoog (“Ilse”) op de Noorse Zee wordt naar het westen geduwd door die andere depressie, die bij Finland. Wat dit voor gevolgen gaat hebben voor ons wintertje, dat nu één week oud is, weet niemand – de modellen komen met steeds andere oplossingen. Maar dit rustige, kraakheldere vriesweer raken we wel kwijt. Maar iemand zei ergens, ooit: “een koude winter kiest de koudste oplossingen”. Dus wie weet.

Makkers staakt uw wild geraas
Het bevroren Nederland en België bevinden zich begin december in een soort niemandsland: het hoog ligt te ver weg om kou op transport te zetten maar door gebrek aan instraling én de hoeveelheid sneeuw die er ligt, is de kou ‘voor zichzelf begonnen’. De vorst is wat getemperd dezer dagen: -8 ’s nachts en -2 overdag. ’s Nachts vormt zich makkelijk en veel dichte mist wat overdag tot prachtige berijpte taferelen leidt. In Den Haag heeft het vanmiddag zelfs even gedooid. De Finse depressie is Noors geworden en transporteert lucht direct uit het noorden naar het zuiden. De Benelux ligt in de hit-zone.

De vraag is niet óf er een Polar Low ontslaat, maar wanneer. Gelijktijdig schuift de Genuadepressie tergend langzaam naar het noorden. Ik baal als een stekker want een sneeuwdump op het mooie ijs zou funest zijn voor de kwaliteit ervan. Aan de andere kant likkebaardt héél Weerwood bij de mogelijkheid van de botsing van een Polar Low op (de restanten van-) een Genuadepressie, iets dat niemand zich kan voorstellen. En, om het nog mooier te maken: dat zou op Sinterklaasavond moeten gebeuren.

De Media hebben het in de gaten gekregen (waar ze bij de eerdere inval zaten te slapen) en koppen alvast SNEEUWRAMP OP PAKJESAVOND? Het KNMI laat weten dat er geen reden is voor paniek en dat er in een paar dagen een boel kan veranderen.

Weerwoord is verdeeld, net als ikzelf: aan de ene kant zou deze sneeuwdump van historische proporties kunnen worden, maar de schone, krakende noordoostwinter is daarmee weg. Bovendien zal de vorst dan nog verder getemperd worden. Aan de kust wordt zelfs gevreesd voor dooi. We gaan het zien.

Wie klopt daar kinderen
Sinterklaasavond 2016 zal iedereen in West-Nederland en -Vlaanderen zich wel heugen. Ik was zo opgetogen als een kind. Een Polar Low kwam afzakken over de Noordzee en werd rond 16:00 uur verwacht bij Den Helder. Gelijktijdig was het in Limburg en Brabant zachtjes gaan sneeuwen uit de eerste resten Genualaag. Dit kon een botsing zonder weerga worden. Op Weerwoord was de spanning om te snijden, tussen de realo’s en de fundi’s, de rekkelijken en de preciezen, en de verwachtingen liepen uiteen van ‘Regen bij +3 aan de voorkant van mijn huis’ tot ‘Een centimeter of 15 moet toch wel kunnen…’ Niemand kon verwachten wat er die avond werkelijk zou gebeuren.

Pas op 23 november likt Nederland zijn wonden. Het koufront is tot diep in Frankrijk doorgedrongen en heeft in heel noordwest-Europa een verwoestende uitwerking gehad. Doordat het front enige tijd boven midden-Nederland was gestagneerd waren daar de effecten het meest extreem: het gevecht tussen koude en warme lucht op hoogte, gecombineerd met een ijzige aanvoer aan de grond had een etmaal lang sneeuw, ijsregen, ijzel en storm opgeleverd wat het openbare leven totaal tot stilstand had gebracht.

Nadat het front is doorgeschoven klaart het op grote schaal op. De temperatuur zakt als een baksteen. In de nacht van 22 – 23 november wordt in Lelystad door Ben, boven 43cm sneeuw, om 05:23 uur -24,2 graden gemeten en op neushoogte -21,3. Maar ook Rotterdam (-21,9) en Schiphol (-19,8) kennen een zeer, zeer koude nacht. In Groningen is het weliswaar minder koud (-11,2) door een doorstaande wind, maar doordat de gasvoorzieningen zijn weggevallen geldt daar nu de noodtoestand. Sportlokalen hebben noodvoorzieningen getroffen om burgers in warmte op te kunnen vangen.

Maar ook in de rest van Nederland is het openbare leven ontwricht. Treinen rijden niet meer, N-wegen zijn ingesneeuwd en zelfs de A12 is ter hoogte van Nieuwerbrug geblokkeerd door een sneeuwduin van 6 meter hoog, opgestoven tegen het talud daar. Sneeuwhoogte inschatten is dan ook onmogelijk. Het soort sneeuw is zo licht en pluizig dat het al wegwaait als je erlangs loopt. Daardoor heeft het zich ongelijk verdeeld. Ik schat dat er zo’n 40 – 50 cm in mijn tuin ligt, maar het kan ook minder zijn. Elektriciteitskabels zijn gebroken door het gewicht van de ijzel. Bomen kunnen het gewicht niet dragen. Autorijden is, ook met winterbanden, niet te doen op een laag van ijzel met daarop sneeuw.

In de media heerst vooral hijgerigheid: waarom had het KNMI geen weeralarm afgegeven? Wiens schuld was dit? Wat vond de minister? “80 CM GLOBAL WARMING OP DE STOEP” kopt De Telegraaf in chocoladeletters.

Op de weerkaart zien we een indrukwekkend hogedrukbolwerk van Groenland naar Scandinavië lopen. Noord-Duitsland, de Britse Elanden, de Benelux en Noord-Frankrijk zitten gevangen in een ijzige koudebel met temperaturen tot -20 op 1500 meter hoogte. Door nachtelijke uitstraling wordt strenge tot zeer strenge vorst verwacht voor de rest van de week. Overdag meest lichte vorst.

De sfeer op Weerwoord is nog steeds verdeeld.
“Dit is nog maar het begin, let maar op!” (Seppie)
“Stelt niks voor. Ik ben niet onder de indruk. Dit koudeputje blaast het hoog op, let maar op. Over een paar dagen gewoon weer +4 aan de voorkant van mijn huis…” (Sjoerd)
“Ja, zo’n vroeg wintertje verschiet dan al zijn kruit, let maar op, daarna regent het gewoon 3 maanden lekker door…” (Dimitri)

Vanaf Terschelling komen onwaarschijnlijk mooie foto’s van een Waddenzee met ijsgang en een volkomen wit poollandschap.

Uit mijn eigen dagboek:
“’s ochtends opgestaan en na het douchen bij -13 een kopje kokendheet water de lucht in gesmeten; dat blijft een wonderlijk effect. Volgende keer wel en onderbroek onder m’n ochtendjas aandoen want de buren keken raar. Verder zie ik volgens mij Poolsneeuw; van die glinsteringetjes in de zon – héél mooi.

Alles is wit en bevroren en kraakt. Omdat er geen brood meer was in de supermarkt ga ik er zelf een bakken. Goed om bloem en gist in huis te hebben! Bij de buren ligt een afgebroken stuk kastanjeboom in de tuin. Dit is een surrealistische wereld. Wat is hier gebeurd? 10 dagen geleden was het nog 21 graden en nu gaat het éne na het andere kouderecord eraan in deze binnen no-time stijfbevroren, prachtige en stille wereld. Tmax in de achtertuin die dag: -4,9 graden, nét geen matige vorst overdag dus.

De Pluim laat een verdere daling van het gemiddelde zien tot hallucinante waarden: ’s nachts gemiddeld -15 en het overdag gemiddeld -8. De MOS bolletjes van het KNMI wekken op Weerwoord verbazing: de dienstdoende meteoroloog houdt het op -8 ’s nachts en +2 overdag. Op de weerkaarten krijgt het hogedrukbolwerk versterking vanaf de pool. Op de Noorse Zee ligt nu een kern met een druk van 1060 mbar. Op Groenland lopen de waardes op. Gelijktijdig ontstaat er bij Finland een lagedrukgebied. Met een ijzige noord-noordoostelijke stroming blijft het koudetransport intact. Waar gaat dit heen?

Uit mijn dagboek, dat in 2028 door mijn zoon werd gevonden:

==

Echt grote winters waren aan het begin van de 21ste eeuw nog niet voorgekomen. Er waren weliswaar stevige vorstperiodes voorgekomen, er was geschaatst en en waren in de jaren 2008 – 2010 serieuze hoeveelheden sneeuw en ijs voorgekomen, maar van een Elfstedentocht was het niet meer gekomen. Sommige experts beweerden dat er nooit meer sneeuw zou vallen en er nooit meer geschaatst zou worden, anderen beweerden dat serieus koud weer nog altijd tot de mogelijkheden behoorde. De winter van 16 – 17 zou de laatsten gelijk geven.

Het voorspel
In tegenstelling tot andere jaren raakte de poolwervel in de maanden oktober – november niet op stoom, waardoor er op onze breedten veelal een meridionaal stromingspatroon bestond met, gek genoeg, een stevig poolhoog waar je normaal een laag zou verwachten. Op de weerkaarten dook regelmatig hogedruk op in de regio Groenland maar, doordat de systemen te westelijk lagen kwam de Benelux in de zuid-noordgerichte warme kant van de scheidslijn tussen koude en warme luchtmassa’s te liggen. In Ierland was de winter al begonnen. Op een paar nachtvorstjes in een rustig verlopende oktober na, was er bij ons weinig winters te bespeuren. Na een koele eerste week van november met rustig, grijs hogedrukweer, werd op 13 november een nieuw warmterecord gevestigd: in De Bilt werd het maar liefst 21,3 graden.

Uit het archief van Weerwoord, een Nederlands-Vlaams weerforum:

“Ik ga zwemmen…” (Frank, Doetinchem)
“Op +356 zie ik Der Hammer!” (Seppie)

Uit mijn eigen dagboek:
De sfeer op weerwoord is gespannen en de discussies gaan niet over het weer, maar over de wijze van communiceren met elkaar.

De Inleidende Beschietingen
Waar het op 13 november nog 21,3 graden werd, zag dat er een week later totaal anders uit. Het vanuit de pool gesteunde Groenlandhoog breidde zich uit naar Scandinavië zodat er één groot, noordelijk hogedrukbolwerk ontstond. Van de ‘andere kant’ van de globe kwamen berichten over overstromingen en natte herfststormen. Tot diep in Canada was er geen spoortje van winter te bekennen. Vanaf 16 november gaat het koudereservoir, dat zich bliksemsnel gevormd had, op transport naar onze regionen. De pluim liet een spectaculaire en eensgezinde daling van de temperatuur zien met in de nacht lichte tot matige vorst en overdag temperaturen iets boven nul. Een enkel lijntje maakte het helemáál bont met ’s nachts strenge tot zeer strenge vorst met overdag overwegend matige vorst en een harde oostenwind. “Een uitbijter” was de consensus op het forum.

Het KNMI is nog conservatief in zijn verwachting: “In de loop van de week temperaturen dalend naar iets onder normaal, met in de nacht op uitgebreide schaal lichte vorst”

Uit het Archief van weerwoord:
“Pas als het binnen +6 op de kaarten staat geloof ik het “(Marcus)
“Ik ben hout inslaan…” (Frank)
“Bier en tieten!! (Micha)

Uit mijn eigen archief:
De sfeer op Weerwoord valt uiteen tussen de euforie der Seppianen en de rem der Preciezen. Men houdt de adem in.

De overval
Er zijn van die weerdagen die je nooit vergeet. Zo vergeet ik nooit hoe ik in Davos (Zwitserland) bij +5 graden een kleffe sneeuwut bouwde op mijn verjaardag: 2 januari 1979. En ik een donderend geraas hoorde. In de verte, in het dal, kwam een witte muur op mij en mijn neefje af, denderend zoals je in de zomer overvallen kunt worden door een rolwolk. En binnen 5 minuten was de temperatuur gedaald van +5 naar -5.

De overval van 21 november was zo iets. Omdat ik nog herstellende van mijn chemo’s thuis zat kon ik het allemaal uitgebreid volgen. De kou kwam om 09:21 binnen bij Nieuw Beerta, dat als eerste onder 0 zakte. Op dat moment gaf mijn thermometer nog +11,1 aan. Een uur later: Nieuw-Beerta -6,6 bij NNO 6 en bij mij +8,2. De scheidslijn van de vorst lag ruwweg op de lijn Den Helder – Lelystad – Arnhem. Op het front ging het flink te keer, met woeste oostenwinden en veel, heel veel neerslag. Op Weerplaza volgde ik de actuele stand en op het moment dat ik de frontpassage verwachtte ging ik op het keukendak staan om te kijken wat er naderde. Om 11:43 zag ik de witgrijze muur opdoemen in de verte. De lauwe wind in mijn rug trok aan. De lucht was een soort staalgrijs met witte strepen. Het naderende front maakte een suizend geluid en ik voelde het op mijn oren toen het paseerde. In één klap was de natte druipherfst verdreven door diep-winters weer: horizontale sneeuwjacht, een fluitende, striemende ooster en slecht zicht. Ik zág de plassen op ons keukendak bijna bevriezen: eerst viel daar de sneeuw in en die prut was binnen no-time kei- en keihard bevroren.

In Nederland was sprake van een verkeersinfarct. De snelwegen werden niet druk genoeg bereden om sneeuwvrij te blijven en al werden ze dat wel: hier was geen kruid tegen gewassen. De strooidiensten, die hier niet op gerekend hadden, streden een verloren strijd. Een (naar naderhand bleek) slecht onderhouden gas-distributiestation in het noorden begeeft het, waardoor het zwaar getroffen Groningen zonder gas komt te zitten.

Een weeralarm blijft om onduidelijke redenen uit.

Uit het archief van Weerwoord:
“Ik moet het allemaal nog zien: hier vooraan het huis gewoon +2,1” (Sjoerd)
“Help!” (Anco)
Veel foto’s uit het noorden waar half-ingesneeuwde auto’s staan op plekken waar ooit een weg liep. Treinen lopen vast. InMaasticht zitten ze nog net niet op het terras bij +12,1 en een schraal zonnetje, bij een warme zuidwesten aantrekkend briesje.

Uit mijn eigen archief:
Ik kan niet zo goed peilen hoeveel sneeuw er nou is gevallen, want alles waait steeds weg. In de hoek van de tuin is een duin van 50 cm ontstaan, het gras, dat nog nat is, is bijna schoongeblazen. Er waait een soort sneeuwstof door een kier bij de keukendeur: heel raar om te zien…