Op zondag 19 februari begint langzaam door te dringen wat de gevolgen zijn geweest van het noodweer van de afgelopen dagen. Dat is even schrikken. Want, hoewel het er buiten werkelijk schitterend uitziet en de mensen in de straat weer werktuigelijk maar opgelucht een pad over hun stoep proberen te scheppen (wat onbegonnen werk is) is het in Nederland goed mis.

Om te beginnen heeft het bijna anderhalf etmaal gesneeuwd uit de monsterdepressie die, na haar oversteek over de pool, aan de oostzijde van het hoog op de Noorse Zee precies op ramkoers met Nederland lag. Het was een monstrueus systeem. Doordat echter de hoge druk ten westen ervan stevig was (er ligt een hoog van 1045hPa) en het systeem steeds verder uitdiepte (tot 970hPa) kon er een noord-noordooster storm opsteken die bijna net zo lang huis gehouden heeft. Dat heeft enorme gevolgen gehad. Zo begrijp ik, dat de absurde hoeveelheid sneeuw die hier, in Midden-Nederland ligt, niet per see hier gevallen hoeft te zijn; dat kan van kilometers ver hierheen geblazen zijn.

Ik probeer eerst mijn eigen omgeving te verkennen, maar ik kom niet echt ver. Aan het eind van de straat, waar ik mijn auto heb moeten achterlaten, zie ik een sneeuwduin van minstens twee meter hoog. Daar onder moet mijn auto ergens staan denk ik – en die zullen we de komende tijd toch moeten uitgraven. Verder lopen – of meer: ploeteren – heeft geen zin omdat er geen pad is en de sneeuw soms hoger opgewaaid is dan ik zelf ben. Dus maar weer terug. Mijn straat doet me het meeste denken aan de duinen; de grillige structuren in de sneeuw lijken daar op.  Door de doorstaande wind is alles onherkenbaar veranderd. De sneeuwhoogte varieert van een centimeter of 20 tot meer dan manshoog. Ik kan onmogelijk inschatten hoeveel er nou echt gevallen is. Mijn hele voorgevel is een wit duin geworden dat bijna tot aan de bovenrand van mijn woonkamerraam reikt.

Nederland onherkenbaar

Van Noord-Nederland weten we maar weinig, omdat daar alle voorzieningen zijn uitgevallen: geen stroom, geen gas, geen internet. Op de Veluwe zijn veel bomen gesneuveld die het geruk aan hun stijfbevroren takken niet konden weerstaan. Het bos heeft als een soort sneeuwvanger gewerkt en op sommige plekken ligt de sneeuw metershoog. In Midden-Nederland is het meeste sneeuw terecht gekomen – uit de lucht of ergens anders vandaan. Op het journaal (er is weliswaar nog nergens internet, maar wel weer tv, althans: bij mij wel) zien we absurde beelden die vanuit een helikopter van Noord-Nederland gemaakt zijn. Wat ik zie is volkomen bizar: het lijken wel beelden van de watersnoodramp, maar dan met sneeuw. Complete dorpen waarvan soms alleen nog wat daken uit de sneeuw omhoog steken. Mensen staan op de daken naar de helikopter te zwaaien. Het is een eindeloze witte vlakte zonder de structuren die beschaving kenmerken zoals wegen, sloten, dorpen. Daarvan zie je bijna niets. Maar niet alleen in het noorden: héél Nederland (behalve het zuidoosten) is bedolven onder een alles vervagende witte deken. Sneeuwduinen zijn op open plekken soms tot 4 of meer meter opgewaaid en ze zijn soms tientallen meters lang. Snelwegen zijn onzichtbaar, maar ook de rivieren (die al maanden dichtgevroren zijn) zijn vanuit de lucht niet meer als zodanig herkenbaar. De sneeuwduinen lijken zich vanuit de lucht niets aangetrokken te hebben van bijzaken als snelwegen of rivieren en liggen als lange structuren van noord naar zuid dwars over over Nederland. Nederland is weggevaagd.

In de studio in Hilversum heerst een bedrukte stemmig. Iedereen beseft dat er dagen voor nodig zullen zijn om de meest basale levensaders weer vrij te maken en de bevoorrading weer op gang te brengen. Ze zeggen dat de beelden van Nederland de hele wereld over zijn gegaan. De Minister-President vraagt bevriende landen met klem om alle hulp die geboden kan worden, waarbij het voornamelijk om transport gaat: het vrijmaken van de wegen en middelen om door de lucht goederen (vooral: brandstof en eten) te vervoeren. De Fransen waren al in Nederland. Nu de rest nog.

Thuis best

Dus daar zitten we dan. Ik hoop dat iedereen de nodige voorraden in huis heeft – ik in elk geval wel. Ik besluit een pad door de tuin te graven zodat ik makkelijker bij het brandhout kan – een stapel die trouwens erg snel geslonken is, zie ik tot mijn schrik. De sneeuw gooi ik zo goed en zo kwaad als dat gaat neer bij waar in De Bult vermoed – waarin nog de sneeuw van november verpakt zit. Die bult is nu niet meer te zien in het glooiende mini-duinlandschap dat zich in mijn tuin gevormd heeft, maar ik weet ongeveer waar die zich moet bevinden. Het is een soort poeder dat ik weg schep, wat de klus niet makkelijker maakt omdat het niet aan mijn schep plakt. Van al het geschep krijg ik het wel lekker warm. Met -4,8 graden, weinig wind en een fraai zonnetje is het, eerlijk gezegd, lekker toeven buiten. En absurd mooi. Alles is wit, alles glinstert en eerlijk gezegd vind ik het gewoon een liefelijk tafereel. Ik bedenk me hoe raar het is om hiervan te genieten (want dat doe ik intens) terwijl ik weet dat er miljoenen Nederlanders in de penarie zitten. Met mijn vrouw – die nog steeds in Leiden zit – gaat het gelukkig prima: zij zit in een verwarmd huis en zij hebben voor minstens drie dagen te eten.

Maar wij hebben het hier dus goed: voorraden zat, water uit de kraan (!), verwarming én de met vooruitziende blik aangeschafte fles jenever. Om 5 over 4 besluit ik dat er een ‘5’ in de klok zit. Ik maak een soort zitje in de tuin door een cirkel vrij te graven en de sneeuw een beetje plat te stampen, graaf de gietijzeren buitenkachel uit en zet die op een plank hout min of meer in het midden neer. Na enig zoeken vind ik twee tuinstoelen die ik bij die buitenkachel zet, en maak vuur. Zo, gezeten in mijn witte mini-amfitheater van sneeuw is het gewoon gezellig. Het geflikker van de vlammen weerkaatst op de wanden van mijn kuil. Mijn dochter komt erbij zitten en vraagt of ik geen ijs in m’n borrel wil. Ik leg haar uit dat ik nóóit ijs in mijn borrel neem, en neem een slokje. Nu ben ik compleet ontspannen. Het begint weer te schemeren en de gietijzeren kachel verspreidt zijn heerlijke warmte. De kerstlampjes floepen aan. Ach ja: zo houden we het wel uit.

Ik heb een aantal op-en-top winterervaringen in mijn geheugen staan, maar wat er de afgelopen dagen gebeurd is zal denk ik nooit meer overtroffen worden. Nu, twee dagen later zitten we weer waar we eigenlijk de hele winter al waren: ingesneeuwd en bevroren, maar de storm is tenminste gaan liggen. Ik pak even mijn handgeschreven aantekeningen van de afgelopen dagen erbij, want er gebeurde zoveel.

Vrijdag 17 februari

07:30. Op Weerwoord gekeken. Noordwolde meldt lichte sneeuw bij een aantrekkende noordoosten wind. Systeem is op de satelliet echt enorm en reikt van midden-Zweden tot onze grens. Druk in de kern gedaald tot 965 hpa. Tact bij mij -8,8, weinig wind, wel vage sluierbewolking.

08:30. Noordwolde meldt sneeuw bij oost 6 en -7,4 graden. Hier nog niks aan de hand. Media doen lacherig over waarschuwing premier gisteravond. “Aandachttrekkerij om peilingen te keren?” vraagt de Volkskrant zich af. Bij mij nu zwaar bewolkt en ietsje meer wind, zzo.

09:15. Noordwolde meldt ‘Whiteout’ bij noordoost 7 en -7,8 graden. In Beilen sneeuwt het nu ook. Op de Duitse buienradar zie ik het systeem alsmaar groeien en groeien er lijkt wel geen einde aan te komen.

10:05. Iemand op Weerwoord vraagt zich af waarom er geen berichten uit het noorden meer komen. Bij mij nu lichte sneeuw, aantrekkend oostenwindje, tact -5,6 dus waar hebben we het over.

10:15. Hee, het wordt donkerder in plaats van lichter. De wind is in korte tijd behoorlijk toegenomen en de sneeuw die er lag is overal in hoekjes geblazen. Her gras is stijfbevroren maar bijna kaal. Het sneeuwt wel in heel kleine vlokjes. Maar die wind! Op de Veluwe zijn bomen omgewaaid lees ik op Twitter. Ik zie filmpjes van sneeuwdrift waarin je niets ziet. Het noorden zit weer eens zonder stroom want daar is geen contact meer mee – niet via internet, in elk geval.

10:35. Holy shit wat is dit? Het sneeuwt ineens echt ENORM hard én het stormt. De wind giert echt om het huis, ik hoor het kraken, echt van die rukwinden. Buiten zie ik een wit waas door de straat jagen en op het dak van de overburen vormen zich geometrische patronen die steeds van vorm veranderen. Er klinkt een fluitend geluid in de schoorsteen en af en toe waait er sneeuw naar binnen DOOR DE SCHOORSTEEN terwijl er vuur brandt. Tact -7,8 en dalend!

11:00. OK ik ga het bad vullen met heet water, (eerst nog even lang douchen) en dan de kranen aftappen.

12:30. Het gáát maar door! KNMI actueel geeft nu voor het noordoosten -9,8 graden, noordoostenwind kracht 8, zware sneeuw. Bij mij een harde oostenwind, heel fijne dichte sneeuwwaas en tact in de tuin -8,3. Sneeuwduinen in de straat, sommige auto’s half ingesneeuwd, andere nog helemaal clean. Raar!

13:15. Mijn vrouw belt uit haar werk in Leiden (daar complete Whiteout) dat ze niet naar huis kan komen omdat er geen treinen rijden. Of ik haar kan komen halen. Ik weet niet wat te doen. Weerwoord om advies gevraagd, die zeggen dat ik gestoord ben als ik de weg op ga.

13:30. Toch geprobeerd naar Leiden te rijden maar na 100 meter is dat al volkomen kansloos: op de kruising van mijn straat op de hoofdstraat ligt een sneeuwduin van een halve meter hoog en ik kan daar niet omheen en loop vast. De wind heeft vrij spel en straten bestaan gewoon niet meer – op plekken. Op andere plekken lijkt er niets aan de hand. Ik moet de auto achterlaten want er is niemand om me te helpen. Ik word bijna omvergeblazen door de jankende wind en het sneeuwstof vindt elke kier, hoe klein ook, van mijn kleding. Maar ik sta midden in dit natuurgeweld en ik vind het FANTASTISCH!.

14:00. Weer thuis. Vrouw gebeld, avontuur uitgelegd. Ze is niet de enige. We wachten af.

16:00. Weinig verandering. Buiten wordt het wordt steeds abstracter. Tact hier -8,9 en wind (ik heb geen meter) keihard, sneeuw steeds dichter, een horizontaal voortrazend wit gordijn. Internet ligt er uit – ik denk Ziggo kastje bevroren of stuifsneeuw in huisje naar binnen gestoven. Stuifsneeuw ook in mn keuken bij de achterdeur door een kier. Wind neemt nu weer toe.

16:41. ^#&*^*&@)(*$@% het licht gaat weer eens uit. Ik dacht dat we dat nou wel gehad hadden. Vraag me af hoe het met m’n meisje is. Dochter vandaag gelukkig thuisgebleven.

17:00. Het is echt eng. Huis trilt van de wind die aan het huis rukt. Buiten zie je als je goed kijkt een wit waas. Ik moest even naar buiten om hout te halen maar het is echt bizar koud, je hoort alleen maar het geraas en gefluit van de wind. Sneeuwstof waait in mijn ogen. De enorme conifeer van buren kraakt vervaarlijk. Sneeuw in mijn tuin op punten al opgewaaid tot (ik schat) een meter hoog.

18:00. Gegeten: knakworstjes met op het fornuis ontdooid brood. Huis koelt razendsnel af. Tact buiten -9,3, binnen 6 graden and dropping. Alle kaarsen aan. Aan de vlammetjes zie ik dat het zelfs in huis waait.

20:00. Hoe lang gaat dit zo door? Dochter wordt bang. Ik leg uit dat we veilig zijn, dat zijn we ook. Maak me zorgen om m’n vrouw.

21:30. Ik zie aan de voorkant van mijn huis dat de sneeuw is opgewaaid tegen mijn ramen. Streep van 20 cm sneeuw reflecteert het kaarslicht van binnen en groeit hard aan. Auto’s bijna helemaal ingesneeuwd.

22:00. Nu tegen de ruiten een cm of 50 opgewaaid. Het gaat maar door. Ik ga water warm maken en in flessen doen om in bed te leggen. Dochter speelt piano – je moet wat.

23:00. Ik ga proberen te slapen maar ik maak me toch zorgen. Kan het niet uitleggen: het is gewoon de gewelddadigheid van dit weer die me intimideert. Hoe zou het met m’n vrouw zijn? Dochter en ik gaan ons weegs met ieder drie flessen ziedend heet water voor onder de wol. In bed hoor ik de wind gieren en het huis kraken. Af en toe wil ik naar buiten kijken maar het is te donker om iets te zien.

23:55. In een klap wakker na enorm gekraak. Conifeer van de buren is denk ik omgewaaid. Niet op huizen maar wel op een tuinhuisje denk ik – als ie pal west is omgegaan tenminste. Ik steek heel even mijn hoofd uit het raam maar dat heeft geen zin: het sneeuwt te hard en het is te koud en te donker. Het sneeuwstof verblindt me meteen. Ik kruip weer in mijn warme bed en bedenk: dit houdt een keer op, en daarmee val ik in slaap.

Zaterdag 18 februari

06:15. Wakker door de kou. Flessen afgekoeld, neus bijna bevroren. IJs op glas water naast mijn bed. Snel aankleden. Dochter is ook al wakker, zij heeft de haard al aan (‘die gloeide nog’ zei ze). Fijn. Huis kouder dan ooit maar ik weet niet hoe koud, want m’n weerstation is ermee opgehouden. Kaarsen aan, koffie drinken, water koken voor in flessen (voor onder je trui). Goed denkwerk, dat volle bad! Wind iets minder lijkt het.

07:00. Het wordt nu langzaam licht en je kunt buiten iets zien. Sneeuw tegen woonkamerraam tot ooghoogte opgestoven. Ik moet in de vensterbank klimmen om naar buiten te kijken. Wat ik zie kan ik niet echt beschrijven. Het is angstaanjagend schitterend. Op plekken ligt er meer dan een meter sneeuw maar het is ongelijk verdeeld. Het sneeuwt nog steeds, licht, maar de stevige windvlagen zwiepen wit poeder door de straat en alle sculpturen in wit die je ziet veranderen steeds weer van vorm. De voordeur moest ik maar niet open doen denk ik.

08:00. Ontbeten, koffie gedronken, dik ingepakt en in ga buiten kijken. ’t Waait nog steeds flink. Er ligt een wit poeder in de tuin dat stroef aanvoelt. Het komt soms tot mijn knieën, soms tot mijn middel, dan weer tot mijn enkels. Heel grillig. Boom buren inderdaad op tuinhuisje van hun andere buren geland. Voorkant huis min of meer in een manshoog sneeuwduin ‘ingepakt’ maar dat is óók een vorm van isolatie, bedenk ik me. Goed dat ik de voordeur niet heb open gedaan.

09:30. Het is nu licht, maar de wind en de sneeuw nemen gek genoeg weer toe. Zat ik dan even in het ‘oog’? Zou dat kunnen? Geen auto is meer herkenbaar. Ik weet welke bobbel de mijne is. Ineens zie ik mezelf midden in de zomer puffend over deze straat lopen terwijl het 32 graden is en dat levert mentale kortsluiting op: hoe kan dit? Ik ga weer naar binnen.

11:00. Uren giert de wind weer om het huis. Buiten zie je niets meer dan wit stof in verschillende snelheden voorbijvliegen. Het raam aan de straatkant is nu bijna helemaal ingesneeuwd door het duin dat hoger en hoger wordt. Ik moet af en toe de keukendeur opendoen om een pad vrij te houden naar mijn hout. Conservatief schat ik dat er 40 cm is gevallen hier. Of toch 30? Of meer?

12:30. Het licht ging even aan, maar toen meteen weer uit. Zijn we wel gewend.

13:45. Licht gaat weer aan en blijft aan – 15 minuten ongeveer en dan wordt het weer stil. Maar de verwarming heeft even gedraaid en wij zijn er met onze ruggen tegenaan gaan zitten. Tact woonkamer steeg snel van 3 naar 9 graden zag ik op de thermostaat. De wind lijkt nu toch echt minder te worden! Eindelijk!

14:30. Er verandert iets in het weer: de wind wordt duidelijk minder maar het sneeuwen wordt juist intensiever. Is dit het ’tot stilstand’ komen van de depressie? Zo ja: hoe lang gaat het nog door?

15:00. Ik ben ook een sukkel. Ik had nieuwe batterijen gekocht en ja: als je die ook gebruikt dan doet je weerstation het weer. Ik schrik. Tact buiten: -9,9. Binnen: 2,2.

16:00. Het sneeuwt nu HEEL ERG HARD in fijne dichte vlokjes. De laag buiten groeit en groeit. Ik schat dat er in dit tempo per uur minstens 7 cm bij valt.

16:45. En toen was het klaar. Ineens sneeuwt het bijna niet meer. Gek genoeg vindt iets in mij dat tóch jammer. In het noorden zie ik de bewolking breken. De wind neemt snel af. Het wordt onwerkelijk stil na anderhalf etmaal herrie en geweld.

17:00. Volkomen onbewolkt en stil buiten. Ik ga hout pakken en dit is onwerkelijk; ik schat dat er MINSTENS 60 cm sneeuw ligt in mijn tuin, op de egale plekken. De voorkant van mijn huis is onherkenbaar, de straat bestaat niet meer. Waar ooit auto’s stonden zijn zachte bobbels in een wit, egaal veld te zien. De laatste uren sneeuw hebben de scherpe randjes van de sneeuwvormen die door de wind waren gemaakt afgehaald. Het is volkomen stil onder een indigo hemel met twinkelende sterren. Als ik naar binnen loop on de temperatuur te checken floept het licht aan. En het blijft aan. De verwarming springt aan, de server gaat weer draaien, apparaten zeggen ‘piep’. Buiten is het -12,3 graden. Binnen wordt het snel warmer.

18:00. En toen ging de telefoon. Mijn vrouw had op de bonnefooi een oude vriendin in Leiden bezocht (dat was al een martelgang om daar te komen) en ze hadden het samen uitgezeten. En hoewel ook zij zich zorgen hadden gemaakt, hadden ze een heerlijke en knusse avond gehad. Godzijdank!

19:30. Nog steeds geen TV en geen internet en geen data. Ik her-ontdek het good old sms’en. Op de radio wordt langzaam duidelijk wat zich in Nederland de afgelopen etmalen heeft afgespeeld: het is met recht een nationale ramp te noemen. Om dat te illustreren zal ik later de krantenartikelen toevoegen: die geven een beter beeld dan wat ik kan vertellen: mijn actieradius is maar 100 meter geweest – en nog niet veel groter. De berichten uit heel Nederland klinken rampzalig. Maar niemand weet iets. Vanavond lees ik dan maar een boekje, gezeten op een elektrische deken. Tact nu -12,8.

 

Leken we de afgelopen maandag nog op een rustig weekje winterweer af te stevenen, vandaag, woensdag, ziet dat er totaal anders uit. Waar GFS al een paar runs op hintte wordt nu ook door EC ondersteund en de ontwikkeling zal ongeveer als volgt zijn:

Het Scandinavische hoog zal zich westwaarts verplaatsen en fuseren met een nieuw, vanuit de pool ondersteund, Groenlands hoog. Daarmee komt de weg vrij voor een diepe en ijskoude depressie die, als de je kaart van het noordelijk halfrond bekijkt, eigenlijk zo’n beetje de pool is overgestoken. Via Finland en de Oostzee koerst die diep-paarse bel wéér op onze regionen af, en de overgang van koud naar veel kouder weer zou spectaculair moeten verlopen met sneeuw, veel wind en andere ongemakken. Deze koude depressie zou boven Noord-Frankrijk stuklopen en als koudepoel blijven liggen. Er achter zou De Beer zich ermee gaan bemoeien: die ligt al weken boven Siberië klaar en lijkt nu, diep in februari, zijn klauwen richting Europa te gaan uitslaan. De Beer is een enorm hogedrukgebied van soms 1060 hPa gevuld met zware, droge en intens koude lucht. Het hele systeem zou zich westwaarts moeten verplaatsen zodat we, na de mogelijke zóveelste sneeuwstorm, opnieuw in de diepst denkbare wintertoestanden zouden belanden onder een stilstaand en afkoelend hogedrukgebied .

De vijfdaagse van het KNMI is dan ook snel veranderd en niet misselijk:

           do    vr    za    zo    ma
tx         -5    -6    -5    -4    -6
tn         -8    -12   -11   -13   -13
wind       no3   no 7  o 6   o 3   o 3
neerslag   40%   70%   60%   30%   20%

Inslaan

In de media breekt meteen een hijgerige rel uit: moet de toertocht nou wel of niet doorgaan? Maar het Elfstedenbestuur hakt vandaag nog de knoop door en de tocht wordt, gezien het verwachte weer, opnieuw en tot nader order uitgesteld. Ik denk dat dat een wijs besluit is want hoewel we deze winter al flink wat gewend zijn geraakt, zijn we óók kwetsbaar geworden als land: alles doet het weliswaar, maar het is nét aan. Er hoeft maar iets te gebeuren en alles staat weer stil, zonder dat we over dezelfde reserves beschikken als, zeg, twee maanden geleden.

Ik besluit in elk geval op een rustig moment naar de supermarkt te gaan om het nodige in te slaan: pasta, tomaten in blik (veel), kaas, chocola, 5 pakjes boter, meel, gist, spiritus, zout, kaarsen, 5 broden (die leg ik gewoon buiten bij wijze van diepvries) en veel vlees- en groenteconserven. En een fles jenever. Mijn hele achterbak is vol met drie klapkratten. Mijn voorraadkast puilt werkelijk uit, maar dat zal me een biet wezen. Zoals mijn schoonmoeder zegt: ‘beter méé verlegen dan óm verlegen’. En zo is het. Dit keer ben ik voorbereid.

Op donderdagavond vliegt Weerwoord zichzelf in de haren over het verloop en de koers van de op ons afdenderende depressie en de gevolgen ervan “Je denkt toch niet” relativeert Leiden, “Dat ik verwacht hier aan de voorkant van mijn huis ook maar één vlokje te zien?”. Frank zegt ‘bang’ te zijn voor het naderende geweld. Als je de treksnelheid van het systeem ziet én het geweld waarmee het gepaard gaat kan ik daarin meegaan. Ik baal als een stekker van m’n glij-ijs (het lijkt wel alsof het niet mág in de 21ste eeuw, mopper ik) maar ik ben als weerfreak wel gefascineerd door wat er gaat gebeuren. Seppie voorziet ‘minstens een meter sneeuw en sneeuwduinen tot 4 meter hoog bij -15’.

Alarm?

’s Avond krijg ik – voor het eerst – een NL-alert op m’n telefoon binnen. Het bericht luidt: “Zwaar weer op komst. Zet uw televisie of radio aan”. Hogelijk verbaasd doe ik dat, en ik zie een stilstaand beeld van een bevroren hofvijver, met eroverheen de tekst: ‘Over enkele ogenblikken volgt een belangrijke mededeling’. Mijn geest begint te razen. Is er oorlog? Een aanslag geweest? Iets anders? Nee het gaat natuurlijk over het weer! Mijn vrouw en dochter en ik kijken naar dat stilstaande beeld en dan begint de uitzending.

In het begin gaat het mis, want we zien een jongedame de lok van de Minister-President van zijn voorhoofd kammen en met een sponsje zijn voorhoofd deppen. Dan weer die Hofvijver, maar dan begint het. We zien een serieus kijkende Rutte, die diep adem haalt en begint.

“Beste Nederlanders, beste bewoners van ons mooie land. Deze uitzonderlijke winter heeft al veel van u gevraagd. Ook heeft deze winter een groot gevoel van saamhorigheid teweeg gebracht. Dat laat zien hoe wij Nederlanders zijn en waar wij zo goed in zijn: samenwerken. Sámen (hij maakt een duwend gebaartje) zullen we ook de komende dagen moeten doorstaan. Naar ik begrijp van onze weerkundigen zal de komende 48 uur opnieuw in het teken staan van zware winterse ontberingen. Uw regering doet wat zij kan, maar zij kan niet overal zijn. Er zal schade zijn, er zullen ongemakken zijn. De afgelopen maanden hebben een zware wissel op ons land getrokken. Toch zal ook dit nieuwe feit ons er niet onder krijgen. Ik vertrouw erop dat we sámen (weer dat duwende gebaar) ervoor zullen zorgen dat het leed zo makkelijk mogelijk te dragen zal zijn. Weest elkaars hoeder. Check uw buren en familieleden. Zorg dat u uw voorraden op peil heeft. Ga niet onnodig de weg op, en houd een radio bij de hand. Onze wapenspreuk is niet voor niets: je maintiendrai – ik zal handhaven. Ik verwacht niet anders, dan dat wij deze oer-oude spreuk in deze barre tijden gestand zullen doen…”

En dan weer dat beeld van de Hofvijver. Er achteraan komt meteen een veel te blije en opgetogen Gerrit Hiemstra met een bijzonder weerbericht, waarin hij uitlegt wat er verwacht wordt: een sneeuwstorm die tot 36 uur kan aanhouden. Daarbij een storm uit het noord-noordoosten. De verwachte neerslaghoeveelheden variëren van 20 cm tot 40 cm, maar het zal vooral de harde wind én de rap dalende temperatuur zijn die het onmenselijk bar zullen doen aanvoelen. Hij drukt ons op het hart om vooral binnen te blijven (dat maak ik zélf wel uit, roep ik opstandig naar de TV) en het nieuws te blijven volgen. Vanaf morgen, vrijdag 09:00 uur ongeveer wordt het enorme systeem in Groningen verwacht, waarna het vertragend over het land zou trekken. Er wordt voor het noordoosten oost 8 tot 9 verwacht bij temperaturen dalend tot -9. Voor het midden van het land wordt iets minder wind verwacht (‘maar toch nog uitschieters tot 7 Beaufort hoor!’ roept een van opwinding stuiterende Hiemstra), maar wel weer meer neerslag. Ik zet de TV maar uit, klap de laptop open maar, ziende de ontploffing op twitter en andere sociale media en de meteen uitbrekende ruzies op Weerwoord, weer snel dicht. Mijn plan voor morgen: als het echt bar wordt water maar weer aftappen en hoofdkraan dicht. Bad wel eerst tot de rand vullen met water. Ontbrekende voorraden inslaan. Proberen nog wat werk te doen (een deadline is al 4 keer verschoven omdat er nauwelijks tijdschriften worden gedistribueerd maar aan mij zal het nu niet liggen) en dan wachten.

Ik beken eerlijk dat ik het ook héél, héél spannend vind allemaal. Het is dus niet zozeer het extreme weer, als wel de combinatie met de uitgeputte voorraden her en der die deze uitzonderlijke situatie hebben gecreëerd. Binnen zoemt de verwarming en de haard knappert. Buiten is het donker en lekker koud maar gewoon: met -6,8 best te hebben. Het waait nauwelijks. Er is niets dat doet vermoeden dat er morgen iets groots gaat gebeuren, en dus ga ik eerst nog in een ziedend heet bad liggen nu het nog kan, en dan naar bed.

 

Nadat de gehoopte en voorspelde dooi niet had doorgezet, zijn de lage landen ‘gewoon’ weer diep in de vorst gedompeld. Weliswaar niet zo extreem als in de eerste week van februari, maar het weeroverzicht van maandag 13 februari luidt als volgt:

“In de komende week een verdere verscherping van de vorst. ’s Nachts eerst matige, later ook strenge vorst, overdag meest lichte, soms matige vorst. In het algemeen weinig neerslag”. En daarmee moeten we het doen.

Daarbij wordt de volgende tabel afgedrukt:

            ma    di    wo    do    vr
tx         -1    -3    -4    -3    -6
tn         -5    -7    -8    -8   -10
wind       no 3  no 3   o 4  no 3  o 3
neerslag   20%   30%   20%   30%   40%

Het ziet er dus naar uit dat een weekje droge vorst krijgen zonder de belachelijk lage temperaturen die we eerder deze winter meermalen hebben meegemaakt. Ik blader nog eens terug in mijn winterdagboek om te kijken hoe het in november ook alweer allemaal beginnen was. Uit mijn dagboek:

Op de weerkaarten duikt regelmatig hogedruk op in de regio Groenland maar, doordat de systemen te westelijk liggen komt de Benelux in de zuid-noordgerichte warme kant van de scheidslijn tussen koude en warme luchtmassa’s te liggen. In Ierland is de winter al begonnen. Op een paar nachtvorstjes in een rustig verlopende herfst na, is er bij ons weinig winters te bespeuren.

Een paar dagen later was dit systeem naar het oosten opgeschoven en kregen we de eerste brute winterinval, die toen nog tot opwinding en vreugde op het weerforum leidde. Inmiddels zijn we zo gewend geraakt aan negatieve temperaturen en het maatschappelijke ongemak dat erbij komt kijken, dat ik van zo’n meerdaagse als hierboven nauwelijks meer opkijk. Deze vorst stelt niet veel voor in verhouding tot wat we te verduren hebben gekregen en, omdat de mens zich nou eenmaal aanpast, noem ik alles bóven de -10 graden ‘Terrasjesweer’.

Droge vorst

Doordat bijna alle sneeuw is weggedooid de vorige week – op wat flinke bulten her en der na – komen we nu in een ander winterregime, een dat mij het meeste aanstaat: droge vorst, zoals ik me dat herinner van februari 1986 en december-januari 1996-1997. Al jaren heb ik gezeurd om zwart glij-ijs en, op de plekken waar op het ijs de sneeuw is weggedooid (lang niet overal) ontstaan een pikzwarte, gladde ijsvloer zoals ik het graag zie. En ijs is er nog steeds overal: de korte en hevige dooiaanval van vorige week (met één dagje t-shirtweer) was niet bij machte de soms halve meter dikke ijsvloer serieus geweld aan te doen. En na een paar nachtjes lichte en soms matige vorst is alles weer strak en hard opgevroren, zodat Nederland weer één bevroren, keiharde vlakte is. De vele polders waar het water niet weg kon zijn zijn veranderd in ijsvlaktes. In de sloten in de schaduw zie je nog wel sneeuwresten die gedooid, ingeklonken, nat geworden en nu keihard bevroren zijn. In mijn tuin leeft nog steeds de Bult Die Alles Zag en die is ontstaan in het vorige kalenderjaar.

Nederland komt ook langzaam weer op gang. De rustpauze in het winterweer heeft de beschaving de tijd gegeven zich enigszins te herstellen. De laatste black-out is alweer een dag of tien geleden, er stroomt weer water uit de kraan en zelfs de supermarkten beginnen weer wat vollere schappen te vertonen. Treinen rijden weer volgens de dienstregeling ‘als er een trein is gaan we kijken of -ie het wil doen’ en ook daaraan heeft Nederland zich aangepast. De binnenvaart bestaat niet meer en daarmee is de aanvoer van olie nog steeds serieus in de problemen. Een liter benzine kostte vandaag € 4,98 maar er wordt niet veel gereden: de economie staat op een laag pitje door alle ongemakken én de meeste snelwegen zijn in een desastreuze toestand met vorstgaten, scheuren en wat niet al. Ik vraag me af wat de uiteindelijke schade blijken te zijn als het een keer lente wordt. Lente! Voor het eerst merk ik dat ik snak naar de eerste warme dagen, naar een zonnetje en naar narcissen. Maar zover is het nog lang niet.

Deze rustpauze wordt door het Elfstedenbestuur aangegrepen om dan éindelijk de toertocht te laten rijden die, alweer aan maand geleden, was losgekoppeld van de wedstrijd en die staat gepland voor vrijdag 19 februari. Het KNMI verwacht, zoals gezegd, een relatief rustig winterweekje. Als ik ’s avonds echter een rondje modellen ‘doe’ vind ik dat nogal een gok: ja, nu ligt alles er rustig en vredig bij, met een fraai droog hogedrukgebied  boven Scandinavië en lagedruk in het zuidoosten van Europa, maar deze winter zien we steeds het patroon dat dat hogedrukgebied zich richting Noorse Zee verplaatst en in de achterkamer ijs- en ijskoude én relatief vochtige lucht onze kant op getransporteerd wordt. Die patronen zijn deze winter erg hardnekkig en GFS zinspeelt al een aantal keer op precies zo’n scenario aan het eind van de week. Dan zou er wéér zo’n brute kou-inval met sneeuw, bulderende ooster en dalende temperaturen komen zoals we die deze winter al een aantal keer gezien hebben. Ik ben er niet helemaal gerust op, maar ach: dat zien we over een dag of vijf wel weer. De kaart van vandaag laat in elk geval – in mijn optiek dan – nog alles open. We zullen zien.

Voor het eerst in weken lijkt er wat te veranderen op de weerkaarten. Vanaf Newfoundland stroomt koude lucht de oceaan op en vormt daar depressies, iets wat in geen maanden (behalve rond kerst) gebeurd is. Eindelijk wordt de oceaan ‘onrustig’. Ons hogedrukbolwerk, dat grosso modo van Groenland naar West-Rusland liep, wordt steeds verder naar het oosten gedrongen, maar vooralsnog lopen de depressies zich bij Ierland stuk op die muur van hogedruk. Bij ons is de stroming nu meer zuidoost, maar in Europa is het overal koud, dus ook bij ons. Daarnaast lijkt de Polar Vortex zich te hergroeperen, althans: volgens de modellen. Al met al lijkt er een einde aan de eindeloze winter te komen en ik denk dat er werkelijk niemand is, die daar een probleem mee heeft.

Ik zit zelf sinds eind januari zonder stromend water – de toevoerleidingen zijn dichtgevroren en daar helpt geen lieve moeder aan. Daarnaast zijn we de kou allemaal wel zat. Het kost geld, levens, ongemakken en wat niet al. Ja, de saamhorigheid is leuk, ja, de wereldproblemen lijken even non-existent (wat in de praktijk niets uit blijkt te maken) en ja: uitzonderlijk weer is altijd spannend. Maar op enig moment is het uitzonderlijke niet uitzonderlijk meer. Dus wordt, ook op Weerwoord, met brede consensus gehoopt op dooi en, op een enkel tussenrunnetje na: daar zijn alle grote modellen het wel over eens.

De dooiaanval zou als volgt in zijn werk moeten gaan: een venijnige depressie bij IJsland (955hPa!) zou over een dag of drie de frontale aanval op ons steeds verder naar het oosten schuivende hogedrukgebied openen en daarin slagen. Daarmee zouden we eindelijk in een zuidelijke stroming belanden die warme maritieme lucht zou aanvoeren en daarmee zou de kous af zijn en deze wintergruwel eindelijk ten einde zijn. Ik hoop het van harte. Voorafgaand aan de dooiaanval wordt op uitgebreide schaal zware sneeuwval verwacht.

De media zijn in elk geval opgetogen. “EINDE AAN MARTELGANG” kopt De Telegraaf. “DOE MAAR WEER GLOBAL WARMING” brult GeenStijl. Ook op de journaals gaat het nergens ander over. Wat zullen de gevolgen zijn? Kan het water weg? (men herinnert zich kerst nog). Hoeveel schade was er in heel Nederland? Niemand die het weet, maar iedereen wil dooi.

Het verloop

Dinsdag 7 februari

Na een nacht met Tmin van -10,3 voelt het anders aan buiten. Vochtiger, zwaarder. Op de een of andere manier knispert en sprankelt alles minder, hoewel het nog een graad of 4 vriest. De lucht is dof en grijs. Voor het eerst in tijden hoor ik het suizen van de A12, wat betekent dat de wind is gedraaid naar het zuiden. Het sneeuwt licht, maar de vlokken zijn zwaarder en groter dan wat de afgelopen weken gewend zijn geraakt. Plakkeriger ook. Rond 11 uur begint het zwaar te sneeuwen en nu begrijp ik de eskimo’s met hun ik-weet-niet-hoeveel termen voor sneeuw, want dit is echt ander spul dan het pluizige, stoffige goedje dat we de laatste weken gewend zijn geraakt. Deze sneeuw plakt aan alles en waait ook niet weg. Tussen 11:00 uur en 13:30 valt er ongeveer 8 cm zware plaksneeuw en ik zie de temperatuur omhoog vliegen. De vlokken worden groter en groter en deze plaklaag duwt de fijnstoffige sneeuwlaag van de afgelopen weken in elkaar. Dus hoewel er sneeuw valt, wordt de sneeuwhoogte minder.

Als ik op de actuele kaart kijk zie ik dat Vlissingen als eerste gevallen is: met +0,2 graden is dat het eerste stukje groen op de kaart dat we in weken gezien hebben. Als ik later in de tuin sta (en het sneeuwt maar door hoewel ik het warm vind aanvoelen buiten) zie ik de takken van een boom nat worden en een streep kleddernatte sneeuw van een tak glijden en weet: Bødegråvn is weer Bodegraven. Op Weerwoord meld ik dat ik in korte broek de tuinstoelen ga buitenzetten – hoewel ik de schuur helemaal niet in kan door alle sneeuw die daar nog ligt. De temperatuur loopt op tot +2,1 maar valt, als het donker wordt toch weer terug naar waardes onder nul om 23:11 uur. Met als gevolg een onduidelijke, natte en weer her-bevriezende prut buiten en auto’s die onder een ijskorstmengsel komen te zitten.

Woensdag 8 februari

Het dooit, dat is me meteen duidelijk als ik wakker word. Ik hoor een geluid dat ik al lang niet meer gehoord heb: gedruppel. Vreemd dat zoiets gewoons zo snel zo ongewoon kan worden. Op de een of andere manier doet me dit goed. Daarnaast waait het behoorlijk, maar nu eens uit het westen. Het regent zachtjes en het voelt onwerkelijk lauw aan buiten. Bijna voorjaarsachtig – hoewel het slechts 4,8 graden is. Maar dat is zowat 20 graden hoger dan de vorige week. Ik sta met gesloten ogen dankbaar de lauwe druppeltjes op mijn wangen te incasseren. De massa sneeuw in mijn tuin klinkt flink in en wordt een vieze natte flubberige slush; het water kan door de stijfbevroren grond ook nergens heen. In heel Nederland is wateroverlast, maar dat was te verwachten. Toch wordt het niet zo erg als rond kerst – toen lag er toch wel meer sneeuw en werd het in één klap veel warmer, met veel meer regen. Maar de witte wereld wordt nu snel grijze prut en iets in mij vindt dat toch jammer. Naar de avond loopt de temperatuur op tot een ongekende +9,3 graden en ook dat gevoel ga ik buiten staan incasseren. Het dekzeil over mijn houtstapel wordt weer zichtbaar en hier en daar zie ik weer structuur in de borders ontstaan, waar sommige planten boven de snel slinkende sneeuwprutlaag uitkomen.

Donderdag 9 februari

Vandaag is een werkelijk absurd voorjaarsachtige dag! Op de weerkaarten is ‘ons’ hoog boven de Alpen beland en wij zitten in een diepe zuidelijke stroming. Daarbij schijnt een zonnetje. De sneeuw verdwijnt snel – behalve op schaduwplekken én die ene bult in mijn tuin van november; De Bult Die Alles Zag En Overleefde. Dat is zo’n keiharde klomp ijs, die is niet zomaar weg. Het KNMI verwacht voor vandaag: “Zonnige perioden bij een zwakke wind uit zuidwestelijke richting. Middagtemperaturen van 8 graden langs grote wateroppervlakken (dat is nog steeds ijs, denk ik grimmig) tot 16 graden in Zuid-Limburg.”

Van het drinkwaterbedrijf krijgen we een brief: of we de watertoevoer afgesloten willen houden. Het plan is de ijsprop met een of ander goedje op te lossen om de watertoevoer weer tot stand te brengen. Als dat gelukt is, krijgen we dat te horen. Ik ben sowieso benieuwd of niet alle leidingen stuk zijn, maar ik heb wel tijdig het hele systeem leeggetapt én de hoofdtoevoer afgesloten dus ik heb goede hoop.

De straat is nu weer zichtbaar en de sneeuwhopen op de stoepen slinken, maar minder drassig en nat dan gedacht door de droge lucht waarin we ons bevinden. Volgens mijn sensor is het nu 14,2 graden buiten maar het voelt als 25. In een t-shirt gaan mijn vrouw en ik naar het ijs kijken op de Rijn. Die ligt nog helemaal dicht zo te zien. Ik wil er even op gaan staan hoewel het een natte bedoening is, doe ik dat ook. De laatste keer dat ik in t-shirt op het ijs stond was in 1979 en nu dus weer. ’t Kan verkeren!

In de modellen ontstaat nu toch weer onduidelijkheid: een groot deel van de Members laat het voorjaarsachtige weer voortduren, een ander deel ziet iets anders en unieks: het hoog zou na zijn verblijf boven de Alpen toch weer naar het westen wandelen, zich bij Engeland oprichten en, met de klok mee, weer naar Scandinavië  kruipen, maar die beweging heeft niemand ooit gezien dus dat lijkt onwaarschijnlijk. Behalve die ene ouwe houwdegen op het forum die zegt: “Zeg nooit nooit. In 1947 ging het precies zo”. “Het weer heeft geen geheugen!” fakkelt Leiden hem af. Doetinchem sméékt om ‘verzengende hitte’. Seppie waarschuwt “jongens er kan nog van alles. ’t Is pas februari”. Ik geloof het verder wel en hoop op stromend water, morgen. Eindelijk weer eens in bad!

KNMI: “Aanhoudend wisselvallig weer met af en toe een bui. Aanhoudend te warm voor de tijd van het jaar. Vannacht rond het IJsselmeer op uitgebreide schaal mist. Morgen toenemende wind uit westelijke richtingen.”

Vrijdag 10 februari

Vandaag een gewone februaridag: Tmax 6,9 graden (wat nog steeds lekker warm aanvoelt) en verder weinig neerslag. Van het waterleidingbedrijf krijgen we bericht dat we de hoofdkraan mogen opendraaien en, als er geen lekkages zijn, we de kranen minstens 5 minuten moeten laten lopen. Met spanning draai ik de hoofdkraan open en ik luister: niets. Ik check alle kranen en plekken waar ik leidingen weet om te zien of er natte plekken verschijnen: niets. Juichend doe ik de kranen open. Er komt eerst een soort bruine prut uit, maar gaandeweg wordt het water meer en meer helder. Na 5 minuten vind ik het welletjes en doe ik de warme kranen aan. HET WERKT!!!! Ik laat meteen een bad onnoemelijk schofterig vollopen met schuim erbij en ik ga een ruim uur liggen weken in deze onbeschrijfelijke luxe. Heerlijk!

Op de weerkaarten lijkt het onmogelijke toch een beetje mogelijk: het hoog ‘ontsnapt’ naar Engeland en lijkt zich daar in die regio op de gaan houden. “Gedver, een Bartlett” sombert Voorhout. “Daar komen we in geen maanden van af” weet Leiden. “Der Hammer ist zurück!!!” jubelt Seppie. Het maakt me eerlijk gezegd geen zak uit; we hebben weer water, warmte en stroom dus ik kan er weer tegen. Die dooi is ook maar niks.

Zaterdag 11 februari


Zou het dan toch? De pluimen zijn de afgelopen dagen toch weer omgegaan naar meer winterse waardes. De Oper ligt in het midden, maar het merendeel laat toch weer winters weer zien, met overdag temperaturen rond of onder nul, en ’s nachts weer matige (en volgens sommige leden strenge) vorst. Zou het? Het ijs ligt er overal spiegelglad bij: de sneeuwlaag is geheel gesmolten en verdwenen, het ijs is op de meeste plaatsen nog minstens 20 cm dik. Met twee nachtjes vorst zouden we de mooiste ijsbaan ooit kunnen hebben – krijg ik dan eindelijk, eindelijk mijn zwarte glij-ijs?

Het hoog richt zich op en punt aan naar het noorden. Wij bevinden ons vandaag in niemandsland maar het voelt toch weer winters aan: overdag nog +3,2, maar voor vannacht staat er weer lichte vorst op het programma. Ik begrijp helemaal niets van deze winter. Gaan we nou wéér beginnen?

Zondag 12 februari

Waar velen hoopten dat deze vreselijk hardnekkige winter na deze week definitief de nek was omgedraaid, is de realiteit wel even anders. Wat drie dagen geleden nog een ‘Belachelijk scenario’ werd genoemd blijkt nu meer dan bewaarheid. Het hoog is na zijn wandelingetje door Europa weer in Scandinavië beland en heeft aansluiting met De Beer gevonden die, met spierballen van 1045 hPa en meer, ligt te wachten op nog een avontuurtje. En om zijn intenties duidelijk te maken wordt de volgende bel met gortdroge diepvrieslucht op transport gezet. Waarheen? Naar onze regionen, zo het lijkt. De Oceaan is weer ingeslapen, de Polar Vortex heeft zich niet geformeerd; we zijn weer terug bij af. Op wat verdwaalde bulten her en der na, is de sneeuw verdwenen. Polders staan deels onder water omdat er niet bemalen kan worden en het water niet goed de grond in kan. Om 16:50 zie ik op de actuele temperatuurkaart het laatste stukje Nederland weer blauw kleuren; we zijn weer terug bij af.

Ik kijk nog even wat het KNMI denkt: “De komende week verdere teruggang in temperatuur met overdag temperaturen rond of onder nul, ’s nachts meest matige vorst. Weinig neerslag”. Dat wordt schaatsen.

Als ik op donderdagochtend wakker word hoor ik de verwarming vrolijk draaien. In deze winter is dat de eerste geruststelling die ik op dagbasis nodig heb. Buiten is het nog donker, maar de lampjes die sinds kerst mijn tuin verlichten laten een feeëriek schouwspel zien: alles onder de witte, zachte en ongeveer 60 cm dikke deken. Het is doodstil buiten. Alles glinstert. Af en toe hoor je iets kraken.

Mijn ochtendritueel is dezer dagen als volgt: naar buiten om hout te halen voor de haard – en de haard aanmaken. Dan weer naar buiten om sneeuw in pannetjes te scheppen, want stromend water is er nog steeds niet. Die luchtige, pluizige sneeuw smelt ik in een pan en ik heb geleerd dat er wel 10 kleine pannetjes sneeuw de halve soeppan vullen met water. Met dit water wordt dan koffie gezet, wassen we ons en spoelen we de wc door – die ik ’s nachts een scheut spiritus geef tegen het eventuele dichtvriezen. Daarna kijk ik op mijn dappere weerstationnetje, dat het nog steeds volhoudt, en wat ik zie is onwerkelijk: kan dit? In mijn tuin is het nu -24,6 graden op neushoogte. In een dorp. Hoe zal dat zijn in de rest van de Benelux?

Nieuwe records

In tegenstelling tot wat je zou verwachten, is het vrij rustig op Weerwoord. Want de minimumtemperaturen van vannacht zijn ongekend: De Bilt -29,6, Lelystad -30,1, Eelde -32,4 en Woensdrecht -31,7. Maar ook Rotterdam (-30,1) en zelfs Vlissingen (-26,1) laten extreme waarden zien. Nou ligt Vlissingen natuurlijk niet meer aan het water, meer aan een ijsvlakte, maar toch. Ben heeft boven de sneeuw bij Nunspeet om 04:12 zelfs -36,4 gemeten. Dit alles bij totale windstilte, een sneeuwdek van ongeveer 50 cm, gort- en gortdroge lucht en een T850 van (op dat moment) -26 graden Celsius. Ik sprint meteen naar buiten want dit moet ik voelen, meemaken, ervaren. Door de droge lucht en het gebrek aan wind én de gewenning voelt het, zo in mijn ochtendjas (met een dikke trui eronder) niet eens zo hallucinant koud aan als het is. Wel hoor je overal dingen kraken en nu snap ik de uitdrukking dat het vriest dat het kraakt.

Als ik binnen de laptop weer openklap zie ik dat Seppie op Weerwoord in de verte Licht in de Duisternis ziet: ongeveer een kwart van de EC-pluim laat naar het eind van de week snel oplopende temperaturen zien. ‘Ons’ hoog zakt in deze scenario’s richting centraal Europa en we zouden in een zuidweststroming terecht komen. De Oper wil er niets van weten, tempert de vorst weliswaar een beetje, maar van een einde an het Winterweer wil hij niets weten. De Controlerun ook niet. GFS gaat juist voor een bestendiging van deze vorst: in hun scenario stagneert deze koudebel boven onze regionen en daarna worden de kaarten vaag: geen stroming en geen dynamiek. Het ‘deksel’ gaat er in dit scenario zogezegd op. We zullen zien. Mocht de vorst overigens getemperd worden, dan zou eindelijk de Elfsteden Toertocht gereden kunnen worden, die nu al weken is uitgesteld wegens te koud weer, te veel sneeuw en algehele landelijke crisis. De kaart van vandaag is in elk geval eentje om te bewaren:

Op avontuur

Vandaag moet ik voor een controle naar het UMC in Utrecht en ik ga dat gewoon proberen. Het advies luidt nog steeds: alleen rijden als het echt moet, maar een controle CT-scan lijkt me in die categorie te vallen dus ik ga op pad. Althans: dat is het plan. Mijn auto heb ik al een week niet meer gestart of gezien en ik moet hem eerst maar eens uitgraven. En hem maar eens zien te vinden. Het is een diesel dus ik vrees het ergste. En inderdaad: als ik hem probeer te starten gebeurt er helemaal niets. Het gezwoeg van de startmotor klinkt luier en luier en ik stop de startpogingen. Maar een vriend in de straat wil mij zijn splinternieuwe Polootje wel lenen – die rijdt op benzine, en die springt in één keer aan. Mooi. Met vereende krachten duwen we de auto naar waar we denken dat de straat is en ik glibber over een soort karrenspoor in de sneeuw de straat uit. Sowieso zie je nergens asfalt of straatstenen. Als ik de rotonde bereik om de A12 op te draaien bedenk ik me, hoe klein mijn universum de afgelopen maanden eigenlijk geworden was. En niet alleen het mijne: heel Nederland heeft hier natuurlijk last van. Je ziet bijna geen auto’s rijden. De sneeuw kraakt en piept onder de banden van het Polootje. Buiten is het -22. Binnen heb ik de verwarming op 28 graden gezet, gewoon omdat dat kan. Ik wil wel weer eens doorstoofd raken tot op het bot.

Op de A12 is nog maar één rijstrook beschikbaar. Het is abstract: waar normaal ongeveer 40 meter breed vierbaans asfalt te zien is, is het nu een witte vlakte met in het midden een vage bobbel waar de vangrail moet zijn en aan onze kant ervan een zielig spoor. Maar de paar auto’s die daar met de toegestane 70 km/h overheen tuffen vormen geen probleem. Ik moet wennen aan het uitzicht: een oranje zon komt op en beschijnt een totaal surrealistische wereld. De bomen langs de A12 zijn voor de helft gekapt. Sloten zijn onzichtbaar. Dorpen liggen als in Brueghelschilderijen ingesneeuwd. Na anderhalf uur bereik ik het UMC, parkeer en ga  – nagloeiend van de hitte – naar binnen. Ik ben anderhalf uur te vroeg. Dus gaapt er een gat van tijd: wat te doen? Ik besluit een beetje door het enorme en lege complex te gaan zwerven (het is hier warm). Een broeder herkent me en we maken een babbeltje. Ja, het gaat allemaal goed en ja, wat een gedoe he? Dan ineens flapt mijn vraag eruit: of ik misschien ergens mag douchen? Hij moet lachen: ik ben niet de enige, blijkt. Ook zijn waterleiding doet het niet meer, hij kent het probleem, en als ik dáár (hij wijst) linksaf ga is er een ‘natte cel’ waar nooit iemand komt. Neem zoveel tijd als je wilt, zegt hij, en dat doe ik dan ook.

Dagboek:

Vandaag dik een uur onder een warme douche gestaan in het UMC, daarna gescand. Dit was de lekkerste douche die ik ooit genomen heb. En de langste. En de heetste.

Na de scan rijd ik door het bijna lege poollandschap weer terug. De zon schijnt en overal is maar één rijbaan beschikbaar. Op de radio gaat het over de kou en de problemen die het in heel Europa oplevert. Politici proberen er een slaatje uit te slaan door het kabinet op allerlei tekortkomingen te wijzen. De berichten komen uit heel noordwest-Europa, maar het zwaartepunt van deze uitzonderlijke toestand lijkt toch in Nederland te liggen. Wij worden vooral zo zwaar getroffen omdat ons land een transportland is, en laat dát nou net stil liggen. Dat is verder weinig nieuws. Wat wel nieuws is, is dat het Nederlandse leger zal worden bijgestaan door onder meer Franse troepen, om de noodvoedselvoorzieningen en de transporten mogelijk te maken. Met manschappen en materieel merken we eindelijk iets van Europese solidariteit. De weersverwachting is nogal saai (‘de komende dagen blijvend rustig met overdag matige tot strenge, ’s nachts vaak zeer strenge vorst’) maar sluit af met: ‘begin volgende week mogelijk tempering van de vorst’. Kijk. Nooit gedacht dat ik daar vrolijk van zou worden. Het is nu half twee ’s middags en buiten vriest het 14 graden. De zon schijnt en alles schittert in het gouden licht.

Leuke dingen

Het gebrek aan neerslag en wind zorgt ervoor, dat het openbare leven in het verloop van de week voorzichtig weer op gang komt. Winkels gaan weer open, wegen worden sneeuwvrij gemaakt, de grote steden steeds beter bevoorraad. En, na weken wachten, wordt de IJsselmeertocht uitgezet door de ANWB. Het ijs is op plekken meer dan een halve meter dik en kan met gemak de auto’s dragen die, voor het eerst sinds 1963, de route over het IJsselmeer zullen gaan rijden. En ook de treinen beginnen voorzichtig weer te rijden. Voor de zoveelste keer deze winter heeft Nederland zich aangepast aan een nieuw ‘level’ van ontberingen en ik bewonder het uithoudingsvermogen van de mensen. En ik realiseer me wat het weer en weerbeleving met mensen doet: het leven is met -6 en een stormachtige oostenwind met stuifsneeuw een stuk onaangenamer dan nu, met een zonnetje, géén wind maar -11,1. De mensen die je tegenkomt kunnen weer lachen en zoeken elkaar weer op, maken een babbeltje en maken er het beste van.

Als ik thuiskom staat er een enorme uitstalling voedingsmiddelen op de eettafel, met een trotse vrouw ernaast. Dit keer geen kleffe natte taartvulling maar zinvolle etenswaren: bonensoep, sperziebonen, goulash, gehaktballen, corned beef. En zowaar: lang houdbare melk. En nog zowaarder: kaas, pasta, blikken tomaat, boter, een zak pinda’s  en een door de kou geheel troebele fles olijfolie. En drie kilo zout. En twee broden. Als ik vraag hoe ze eraan komt zegt ze: ‘gewoon geregeld’.

Woordweer

Als ik ’s avonds op Weerwoord kijk is de discussie ouderwets levendig maar 180 graden gedraaid. De Seppianen zien in de nieuwe pluim de gehoopte dooiaanval aangekondigd: waar vanochtend nog een kwart van de pluim voor dooi ging, laat nu de helft van de berekeningen dit patroon zien. “Let maar op” zegt Seppie, “Dit wordt ‘m”. “Mij best” zegt Frank die deze winter toch vooral vaak vaststelde dat hij zijn bierkratten kwijt was in de sneeuw, “ik wil wel weer eens aan het werk”. De preciezen gaan daar tegenin. “Het wordt altijd vanzelf koud” klinkt het vanuit Leiden, “Dus waar je die dooi vandaan haalt is me een raadsel”. Voorhout sombert dan het daar ‘wel weer zal blijven vriezen want we pissen er altijd naast’. Iemand roept iets over gele sneeuw en er is hilariteit; de sfeer wordt steeds luchtiger. Van mij mag het nu wel klaar zijn met die winter. Ooit, lang geleden, werd het in februari bijna 20 graden. Dat kan ik me gewoon niet voorstellen. Buiten trekt de wind een beetje aan, dus zo koud als de afgelopen nacht zal het wel niet worden. Het KNMI heeft de volgende verwachting: “Vannacht overwegend zeer strenge vorst. Vanuit het oosten mogelijk wat lichte sneeuw, dan enige tempering van de vorst tot streng. Wind zwak tot matig, uit zuidoostelijke richting”. Ach ja, het went.

 

Uit mijn eigen dagboek:

Dinsdag 31 januari. Vandaag was niet bepaald leuk. We hebben de hele dag geen stroom gehad en de temperatuur in huis is gedaald naar een graad of twee. Ik ben bijna door de voorraad kaarsen heen. Ik heb gelukkig een paar bakstenen gevonden die ik op het fornuis leg – want gas is er nog. Die bakstenen worden warm en verwarmen de keuken zo’n beetje. Dus daar en in de haard is warmte te halen. Het AMC heeft goddank zijn brandstof gekregen. Buiten is het niet warmer geworden dan -11,3 maar gelukkig is de wind gaan liggen.

We wilden vanavond een boom gaan jatten maar dat werd niet bepaald de verzetsdaad die we verwachtten. De buurman heeft gelukkig een 4×4, en toen we na uren ploeteren eindelijk op de bedachte plek aankwamen was het daar een drukte van belang: gemeentewerken was zelf bomen aan het omzagen en in 1,5 meter lange stronken aan het snijden. Wie het kon vervoeren mocht het meenemen. We hebben met veel moeite twee behoorlijke stronken in zijn auto gelegd en het ritje terug naar huis (ik schat 800 meter) duurde 3 uur. We hebben het wel warm gekregen van het duwen, uitgraven, en weer duwen. Nu ligt er dus een halve boom in de tuin en we kijken morgen wel wat we ermee doen. Maar goed nieuws: toen we naar huis glibberden sprong de straatverlichting aan. En bij thuiskomst loeide de verwarming. Er zijn geen lekken te zien. Water hebben we nog steeds niet, maar elektriciteit, internet, gas: alles lijkt bijna weer normaal te zijn. Er is sneeuw zat om te smelten, dus doen we ’t maar zo. Het duurde echt uren voor ik weer een beetje warm was, gezeten op de elektrische deken op de bank. Toch wil het huis niet warmer worden dan een graad of 16, maar dat voelt als tropisch. Morgenochtend voorraden inslaan!

De situatie

Op de weerkaarten is er weer eens niets fundamenteels veranderd. Het zwaartepunt van de hogedruk ligt nu bij IJsland en aan de oostflank van het hoog wordt onstabiele en ijskoude lucht aangevoerd. Het laagje dat deze sneeuwdump bracht ligt nu uit te sneeuwen boven het kanaal. De berichten die ik lees, op Weerwoord, Twitter en de nieuwssites lijken uit een soort film te komen. Wat een maand geleden nog een leuke en pittige winter leek, met de nodige ongemakken, blijkt nu een gebeurtenis te zijn van ongekende impact. Er blijken serieuze voedselproblemen in de grote en middelgrote steden te bestaan. In de minder verstedelijkte gebieden is de saamhorigheid groter, maar het permanente gebrek aan van alles en nog wat zet de verhoudingen behoorlijk onder druk.

En dus krijgen we in het nieuws vreemde beelden te zien van colonnes voedseltransporten die, op centrale punten in de steden, proberen de meest basale levensmiddelen te verspreiden en de beelden ervan doen denken aan gebieden in oorlogstijd; er breken rellen uit en de transporten worden geplunderd. Helikopters bevoorraden afgelegen plekken van Nederland met zaken als melk- en eierpoeder, meel, koffie en, zoals ze genoemd worden, ‘winterkaakjes’ die vooral suikerbommen blijken te zijn. Maar inmiddels is alles welkom. En men doet wat men kan.

Naar de Jumbo

Ik sta de volgende ochtend om 8 uur al in de rij voor de supermarkt die vandaag open gaat. Ik heb mijn briefje uit mijn hoofd geleerd: meel, olie en conserven (maakt niet uit wat) wil ik inslaan. In de rij hangt een gespannen stilte. Ja, we zijn solidair maar toch wil iedereen voor zichzelf en de zijnen datgene halen wat er nodig is. Ik hoop maar dan mijn lijstje afgevinkt kan worden. Als de deuren open gaan stormen we naar binnen en ik ren meteen naar het conserven-schap (wat redelijk vol oogt) en schep een stuk of 10 blikken knakworstjes en 8 grote blikken groenteconserven of soep (ik neem niet de tijd om te kijken) in mijn karretje. Dat is één. Dan ren ik snel naar het bakkerij-schap en gooi drie pakken meel en wat zakjes instant-gist in de kar. De gewone zonnebloemolie is op, maar een grote fles sla-olie vind ik ook prima.

Nu heb ik tijd om om me heen te kijken en wat ik zie verbijstert me: overal rennende en duwende mensen en men pakt wat men pakken kan. Ik zie zelfs dan mensen spullen uit onbewaakte karretjes halen en bij zichzelf erin leggen. Nadat ik twee zakken waxinelichtjes en 6 grote stompe kaarsen heb bemachtigd laat ik dit tafereel nog even op me inwerken, pak nog wat limonadesiroop, vind onderin een schap nog wat chocola, een groot pak koffie (Grove maling), suiker en dan vind ik dat ik genoeg heb – anderen moeten ook een kans hebben. Bij de kassa krijgen we gratis en van overheidswege verstrekte ‘Winterkaakjes’. Ik kijk even op de ingrediëntenlijst en het blijkt vooral te gaan om suiker, vet, toegevoegde vitamine C, D en E en zout. Ik vind dat wel slim en prop de koekjes in de bomvolle rugzak. En zowaar: de pinmachine doet het en met een zware tas in elke hand en een rugzak om ploeg ik terug naar huis, tegen de oostenwind in, soms tot mijn middel in de sneeuw, soms over paden die al door anderen gebaand zijn.

Bødegråvn

De wind snijdt in de stukjes onbedekte wang alsof er naalden in gaan. Wel zie ik dat de bewolking wat breekt en misschien krijgen we vandaag de zon even te zien. Het dorp is inmiddels volledig onherkenbaar. Wegen zijn meer sporen in de sneeuw. Straathoeken moet je je herinneren. De Rijn die dwars door ons dorp loopt is gewoon verdwenen en helemaal dichtgesneeuwd. Hier en daar zie je dik ingepakte figuren zoals ik met zware tassen ploeteren in de soms tot over de middel reikende sneeuw. Dan valt me op dat ik de hele tijd het geluid van helikopters hoor, en als ik op kijk, zie ik een colonne Chinooks naar het oosten vliegen; ook dat zal wel een noodtransport zijn, ergens heen waar er nog minder is dan bij ons. Door het langzaam wegvallen van de wind en de opkomende zon begin ik het zowaar warm te krijgen. Mensen komen de huizen uit en proberen een doorgang te maken op de stoepen, waarbij het probleem blijft waarheen al die sneeuw moet. Met schept dat maar een beetje opzij, en zo ontstaat er een vrij diepgelegen pad met randen sneeuw van ongeveer een meter hoog.

Ik voel me een soort oermens dat op de steppe op jacht is geweest, en met mijn buit kom ik drie kwartier later, volkomen uitgeput maar triomfantelijk thuis in een (jaja) verwarmd huis. Trots stal ik de blikken op de eettafel uit en met een triomfantelijk armgebaar zeg ik: tadaaa! Dan zie ik, dat ik vijf blikken taartvulling heb gekocht en drie blikken maiskorrels, wat mijn vrouw en dochter háten. Ach ja. Maar de knakworstjes zijn heerlijk. Ook lauw. Ook met halfbevroren ketchup. Ik ga meteen een brood bakken, nu er stroom is.

Ik ga nog even in de tuin staan om te bedenken wat ik met die boomstam moet en merk dat ik weer eens geniet van de witte, stijfbevroren en onwerkelijke wereld waarin we nu – met een onderbreking rond kerst –  al ruim twee maanden leven. En elke keer als ik denk: het gaat vervelen, gebeurt er weer iets nieuws, iets raars of iets bijzonders. Maar nu, heel even geniet ik toch van dit moment en in het micro-imperium van mijn tuin, dit onwerkelijke stukje wereld, is alles even goed en mooi in de zon. Ik graaf een tuinstoel uit en prik hem in de sneeuw – hij zakt er met zijn poten weer in maar zo heb ik een ruggesteuntje en ga even lekker zitten. Dan komt mijn buurman de tuin in met een fles peperwodka, hét middel van de Russen tegen dit soort ontberingen. En inderdaad: het werkt meteen. Een weldadige warmte verspreidt zich door mijn lichaam. Samen kijken we zwijgend om ons heen. Wintersportgevoel. Tegen de zon in zie ik het geglinster van de poolsneeuw twinkelen. Even is de wereld volmaakt.

Dagboek:

Woensdag 1 februari. Tmax: -12,4. De wind is weggevallen en het is verder opgeklaard. Hoe koud zal het vannacht worden? Het KNMI houd en wel heel algemene bandbreedte aan: ‘Vannacht verder opklarend en bij een wegvallende wind over het algemeen zeer strenge vorst’.  

 

Als ik de volgende ochtend wakker word vallen mij meteen twee dingen op. Ten eerste: ik hoor geen verwarming draaien. Ten tweede: alles is donker. De black-out van gisteravond is blijkbaar nog niet opgelost. En dat is raar. We zijn inmiddels wel wat gewend geraakt maar meestal begint het leven, weliswaar koud en met wat ongemakken, de volgende ochtend gewoon weer – een enkele koude ochtend die ik me nog vers herinner (de elfstedenochtend) uitgezonderd.

Maar op de een of andere manier voelt dit anders. Dat heeft natuurlijk ook met mijn kennis van de voorgeschiedenis te maken: ik weet dat er geen (of nauwelijks) transport meer over de weg gaat. Of over het water – want water is er niet meer. Of met de trein. De havens van Hamburg en Rotterdam en Antwerpen zijn dichtgevroren en, hoewel het Rotterdamse Havenbedrijf met man en macht werkt om de diepste havens ijs-vrij te houden: het is onbegonnen werk. Het onderkoelde water vriest, bij temperaturen van -13 en een harde ooster, achter de ijsbrekers meteen weer dicht. Olietankers komen er soms nog door, maar de verdere distributie stokt. West-Europa zit bijna zonder brandstof. Ik heb geleerd niet somber te denken, maar toch houd ik ergens in mijn achterhoofd rekening met grimmige scenario’s.

Diepvrieshuis

Het kost me de grootste moeite mezelf het bed uit te motiveren, want in onze slaapkamer vriest het nu. Dat zie ik aan het glas water naast mijn bed, waar zich een heel dun vliesje ijs op gevormd heeft. Ik heb een soort routine gemaakt van in één beweging uit bed zwaaien, snel mijn geitenwollen sokken aan te doen en in mijn trui en badjas te glijden. Het huis is doodstil; niets beweegt. Buiten hoor ik de wind in de schoorsteen gieren maar, omdat het nog donker is en er nergens licht brandt, kan ik onmogelijk zien wat er vannacht is gebeurd.

Als ik beneden kom zie ik meteen dat ik niet meer door mijn achterraam de tuin in kan kijken, op een smal spleetje aan de bovenkant na. Eerst maar eens alle kaarsen aansteken en dan (het moet) de tuin in om mijn houtvoorraad aan te spreken die, als bult verstopt onder de sneeuw en wat landbouwzeil, ligt te wachten op een stijfbevroren ondergrond.

De keukendeur krijg ik met enige kracht open en wat ik dan zie tart elke beschrijving. Dit heb ik nog nooit gezien. In alle hoeken van de tuin is de sneeuw opgestoven tot soms anderhalve meter hoog. Een vlaag poedersneeuw waait in mijn gezicht en ik ben in een klap klaarwakker. Mijn God, wat is het koud. De gevel van mijn schuur is niet meer herkenbaar. In de inzettende ochtendschemering is wat ik zie prachtig en gruwelijk tegelijk: alle sporen van leven lijken uitgewist te zijn in deze zachte glooiende sneeuwdeken. Mijn pad naar de schuur: weg. De bobbel in de sneeuw met daaronder mijn hout: nauwelijks herkenbaar. Mijn borders: vage glooiingen. Er moet vannacht minstens 25 cm sneeuw zijn gevallen, zo niet meer, maar meten is onbegonnen werk: wat is de oude laag, wat de nieuwe, en waar meet je? Daarnaast: wat boeit het.

De kou is zo indringend dat ik als een razende wat hout uit de sneeuwhoop trek en mijn bevroren huis binnenloop, dat geen warmte of troost biedt. En ik start een haardvuur, me bedenkende wat vuur voor de oermens een zegen moet zijn geweest, wat een wonder, want dat is het nu ook voor mij. De kleinste straaltjes warmte van het beginnende, embryonale vuurtje verwarmen mijn vingertoppen en deze warmte weet zich eerder in de geest dan fysiek verder in mijn lijf te verspreiden. Dat is één. Twee: koffie zetten. We zijn inmiddels gewend om opschenkkoffie te maken – alsof we kamperen – maar dan moet er wel water uit de kraan komen. En dat komt er vanochtend niet. Niks. Gas is er nog wel. Dus schep ik zuchtend en rillend een pan vol met sneeuw en zet die op het vuur, maar de sneeuw is zó luchtig, dat ik dit ritueel een keer of drie moet herhalen om genoeg water te hebben voor een mok of twee.

Sombere berichten

Mijn vrouw en dochter komen beneden en vragen of ik al meer weet. Omdat ik geen ochtendmens ben (en vind dat ik al genoeg heb gedaan) zet ik zwijgend de radio aan. Uit de broodla haal ik een pakje keihard bevroren brood – we hebben nog 5 sneetjes zie ik. Dat brood ontdooien we voor de inmiddels loeiende haard, een ritueel dat we inmiddels wel gewend zijn geraakt en eten erbij wat er is: wat honing (die blijft toch vloeibaar) en wat hagelslag. De rest – worst, kaas: het is allemaal hard bevroren. Mijn weerstationnetje geeft aan dat het buiten -16,2 is en toch waait het flink. Af en toe zie je witte vlagen stuifsneeuw voorbijvliegen in de straat en als ik beter ga kijken, zie ik dat de straat in een surrealistisch landschap is veranderd.

Er moet minstens 40 cm sneeuw zijn gevallen, zo niet meer, want de auto’s zijn bijna niet meer herkenbaar. Je ziet zachte, witte bulten en rare, geometrische vormen waar de wind vrij spel heeft gehad. Mijn dochter en mijn vrouw kijken stomverbaasd naar buiten. Beiden hoeven vandaag niet naar school, zoveel is me wel duidelijk. En pas nu dringen de radioberichten tot mij door.

Het arme Nederland, dat het toch al zo zwaar te verduren heeft is weer eens recht in zijn hart geraakt: de distributie. Want er is vannacht tussen de 40 en 70 cm sneeuw gevallen, een smalle kuststrook en Zuid-Limburg uitgezonderd. Daarnaast is in heel Nederland, een groot deel van België en in Duitsland de stroomvoorziening weggevallen door een gebrek aan brandstof, zonder uitzicht op een oplossing. Doordat de vorst nu meer dan een halve meter de grond in getrokken is, beginnen de waterleidingen van het waterbedrijf op sommige plekken te bevriezen (wat ook mijn situatie wel zal verklaren). De regering is in crisisberaad bijeen en de pers speculeert over het al of niet uitroepen van de noodtoestand. Want de gezinnen raken langzaam door hun ijzeren voorraden heen en winkels zijn gesloten. In de grote steden broeit onrust – het is dat het te koud is om de straat op te gaan maar zo is de situatie nu: weinig te eten, geen stroom, geen internet en dus geen informatie en, op sommige plekken, geen water. Ik moet dit even tot mij door laten dringen en het moedeloze, onmachtige gevoel dat me overvalt, ver weg weten te houden – want daar heeft niemand wat aan.

Het nieuws brengt ook het droevige bericht dat er inmiddels veel mensen in hun huizen zijn overleden door koolmonoxidevergiftiging: men grijpt blijkbaar alles aan om het een beetje warm te krijgen en mensen stoken in hun flatjes, binnen, de barbecue op, uit wanhoop, en soms met fatale gevolgen. Alarmerende berichten komen uit de hoofdstad: het AMC draait op noodstroom, maar de dieselvoorraad van het generator reikt nog 6 uur ver; daarna is er onherroepelijk geen energie meer voorhanden om patiënten in leven te houden. Tankwagens zouden onderweg zijn, maar juist Noord-Holland is zwaar getroffen door de sneeuw en de wind, en het is hopen dat het transport op tijd Amsterdam bereikt. Ik zet de radio maar uit en voor het eerst zie ik angst op de gezichten van mijn gezin; ze zullen mijn schrik wel gezien hebben, bedenk ik me, en dat mag ook gewoon gezien worden.

Afdeling voorraadbeheer

Dus maak ik een lijstje waarvan ik nooit had gedacht dat eens te zullen moeten maken. Als Pater Familias: wat is belangrijk?

 

 

 

 

En zo kom ik er dus achter dat we meel, olie en conserven nodig hebben om het een dag of drie uit te zingen. Als dat moet. Alleen zijn de winkels dicht, dus wat nu? We hebben een grote oude soeppan (die mijn opa nog van de Duitsers had gejat) steeds volgeschept met sneeuw en die staat nu half in de haard, op een geïmproviseerd onderstel van bakstenen, te dampen. Met het goddelijk warme water wassen we ons zo’n beetje en we kleden ons zo dik mogelijk aan. Buiten is het nu -15,3. Binnen is het een aangename 4 graden bóven nul. Het sneeuwt nog licht en de wind lijkt langzaam te gaan liggen. Waar blijft die stroom nou? Ik wil boodschappen doen!

Om de verveling te verdrijven zet ik de radio dan maar weer aan. Wat ik daar hoor lijkt uit een andere wereld te komen, althans: ik kan me de berichten niet voorstellen. Het eerste is dat de actiegroep ‘Slavernijverleden’ het konvooi met brandstof voor het AMC tegenhoudt zodat ‘Nederland eens voelt wat het is om gegijzeld te zijn in een zee van wit’. In de studio vindt men dat een redelijk standpunt. Ik word rázend. Het andere nieuws is, dat Nederland 2/3de van zijn strategische reserve aan brandstof kwijtraakt aan het Europese Solidariteitsfonds. De premier legt luchtig uit dat dit ‘conform de afspraken van Lissabon’ is en dat we daar ‘niet zo moeilijk over moeten doen. Wat we nu nodig hebben is positiviteit’. De reporter in kwestie, de lafbek, bindt in en vraagt niets over onze doodvriezende minderbedeelden en bejaarden. Of wat daar zo positief aan is. En Nederland is toch het hardst getroffen van alle landen? Moeten wij niet juist hulp ontvangen? Ik wordt nog kwader en besluit dat ik iets moet doen. Dus loop ik – of eerder: waad ik – door de sneeuw naar de buurman om te vragen wat hij vindt. Die man is nog razender dan ik. En dus besluiten we om een daad te stellen, iets te doen: we gaan vannacht ook een boom omleggen en jatten. Een gemeenteboom. Dan maar zo. Als je dan genaaid wordt, dan willen we er wel warm bijzitten. Ik denk dat heel veel meer mensen het zo voelen. Als ik door de tot mijn middel komende sneeuw ploeterende terugkom, heeft mijn vrouw drie dampende kopjes cup-a-soup weten te regelen. Alweer goddelijke warmte. Eindelijk troost op deze barre ochtend.

Op zondagavond 29 januari 2017 geeft het KNMI het volgende weerbericht uit:

“In het begin van de week verdere verscherping van de vorst. ’s Nachts zeer strenge vorst, overdag meest strenge vorst, in het zuidwesten mogelijk matig. Daarbij een meest harde wind uit oost- tot noordoostelijke richting. Maandag en dinsdag mogelijk intensieve sneeuwval met sneeuwdrift. Later drogere perioden, een afnemende wind en minder neerslag. Blijvend zeer koud.”

De Tabel erbij is indrukwekkend:

            ma    di    wo    do    vr
tx         -10   -11   -10    -9    -7
tn         -15   -17   -16   -15   -14
wind       o 5   no 6   o 4  no 3  o 3
neerslag   80%   70%   40%   30%   30%

Dit was de, naar later bleek, voorzichtige inschatting van een week die bij velen de vraag deed rijzen: wat gebeurt hier? Hoe ver gaat dit? Omdat Noordwest-Europa al bijna twee maanden zucht onder de ene na de andere sneeuwstorm, diepvriestemperaturen en omdat de moderne maatschappij daar niet op is ingericht beginnen er problemen te ontstaan die dieper gaan dan eigenlijk iedereen zich kan heugen – behalve degenen die de hongerwinter nog hadden meegemaakt misschien.

Ga maar na: heel Nederland is in een ijswoestenij veranderd. Alles is dichtgevroren. Vervoer over water ligt al weken stil. Wegen stuiven, door niet-aflatende oostenwind op steeds weer andere plekken dicht en worden stukgereden. Treinen rijden mondjesmaat. In Duitsland en ook bij ons zijn er regelmatig black-outs. Onder de huidige omstandigheden kan de stroomtoevoer gewoon niet gegarandeerd worden. De brandstofprijzen zijn tot astronomische hoogtes gestegen (een liter benzine kost nu € 4,59). Voedsel wordt steeds schaarser en, vooral, steeds duurder. Verse groenten zijn bijna niet meer te krijgen. Schappen in supermarkten zijn elke keer weer half leeg.

Vanuit de ruimte is Nederland onherkenbaar geworden. Waar ooit de Waddenzee was, is een grote witte vlakte te zien. De kustlijn is ook veranderd: als een soort derde Maasvlakte steekt er een ijstong de Noordzee in die doorloopt naar het noorden tot aan de Duitse Bocht. Open water is al weken niet meer te zien en op de MODIS-plaatjes kun je, zelfs in de fijnste resolutie, ook de snelwegen vaak niet meer herkennen – en dat zijn de plekken waar de wegen dichtgestoven zijn.

Het sneuvelen van de vele kouderecords voelt gewoon aan: het went. Wat nooit went zijn de ongemakken, de bevroren leidingen, de regelmatige stroomuitval, het gebrek aan vers voedsel. Onze maatschappij ligt op zijn gat. Om de problemen te ‘verhelpen’ verhoogt het kabinet de ‘Koude Solidariteitsheffing’ met nog eens 23%, zodat het NIBUD zijn berekeningen weer moet bijstellen: het gemiddelde Nederlandse gezin kan een extra energieheffing van €640 tegemoet zien. Ik woon in een klein maar vrijstaand huisje, dus ik vrees het ergste.

Weerkaart

Op de weerkaart heerst nog steeds min of meer dezelfde situatie: eeuwigdurende hogedruk ergens tussen dan weer Groenland, dan weer Noorwegen, dan weer Rusland, diep naar beneden geduwde lagedruk in de Middellandse Zee. Op het Noodelijk Halfrond draait het patroon al maanden de verkeerde kant op: van oost naar west, en eigenlijk weet niemand waarom en wanneer dit ophoudt. De vorstgrens ligt meestal op de lijn Madrid – Rome – en dan slingerend de Balkan in. Vanuit Noordwest-Rusland worden regelmatig venijnige sneeuwstoringen onze kant op gestuurd die de spekkoek-achtige laag sneeuw in mijn tuin regelmatig ververst en weer platdrukt.

 

In mijn tuin is het een chaos: er gaapt een bevroren krater waar mijn complete pruimenboom een paar weken geleden nog stond (die is ’s nachts gejat) en onder de sneeuw bewaar ik een bult brandhout die ons gezinnetje al een paar keer verwarmd heeft als de stroom  (en dus de CV) weer eens wegviel. Brandhout is ook het nieuwe geld en overal in Nederland, uit parken en bossen maar ook uit tuinen, verdwijnen bomen. Scholen zijn gesloten (de CV’s kunnen het vaak niet aan), bedrijven werken op halve kracht – of niet – zodat heel Nederland eigenlijk gedwongen thuis zit. En, als de stroom weer eens is uitgevallen, zit Nederland ’s avonds, in het donker en met de kaarsen aan, te ganzenborden. Of voor de haard. Buren helpen elkaar: met eten, met brandstof en met klusjes die gedaan moeten worden. De solidariteit is groot.

Ik merk dat ik zelf ook inventiever word. Zo zorg ik er bijvoorbeeld voor, dat er altijd flessen met warm water in onze bedden liggen: zo weet je dat er altijd een plek is waar je warmte kunt vinden. Overal in het huis slingeren dekens en kaarsen. Inmiddels heb ik een oud radiootje op de kop getikt om, als het weer eens donker en koud is, het nieuws te kunnen volgen. Boodschappen doe ik volgens het systeem Koolhydraten – Vetten – Suikers – Eiwitten. Het maakt niet meer uit wat het is, als er maar iets is. Lekker koken met verse spullen doen we wel weer als de wereld weer ontdooit en het leven weer normaal wordt. Maar ik vraag me wel eens af: wordt het wel normaal?

Gelukkig hadden we vandaag stroom. Als ik maandagavond naar buiten kijk zie ik dat het begint te sneeuwen in heel kleine, dichte vlokjes. De wind trekt ook aan, zodat er snel witte gordijnen stuifsneeuw door de straat gieren. Mijn windmeter is vastgevroren maar mijn huis kraakt en piept in de wind. Tmax was vandaag -11,6 en nu vriest het 13,2 graden. Ik schat de oostenwind op een kracht 5 en die wind is vlagerig. Het is kwart over negen.

Weerwoord

Op weerwoord heerst wintergewenning. Vanuit het hele land komen nu meldingen van dichte fijne stuifsneeuw en harde, soms stormachtige wind uit oostnoordoostelijke richting. In Leiden wordt gesomberd dat de Tmax die dag -9,8 was en het KNMI er dus weer eens faliekant naast heeft gezeten. Daarnaast is niet alleen het stromingspatroon op het noordelijk halfrond omgedraaid, maar ook het stromingspatroon op Weerwoord: in de pluimen wordt minutieus gespeurd naar lijntjes die een opwarming laten zien, een einde aan deze brute winterperiode. En inderdaad: aan het einde van de 15-daagse periode zijn er altijd wel een paar lijntjes die voorzichtig richting de -5 klimmen. Daar wordt dan op gehoopt. Iedereen wil dat dit ophoudt.

Ik besluit de TV aan te zetten om te kijken wat ons nu weer te wachten staat. Reportages over de toestand in Nederland en de grote steden, die slecht bevoorraad kunnen worden. Droevig kijkende deskundologen die nog meer rampspoed voorspellen. Dan komt een Duitse weerkundige aan het woord die een theorie heeft over wat er aan de hand is. Daar ga ik even voor zitten. “Het lijkt erop” aldus de voice over, “dat er vanaf nu…” en dan hoor ik een klik en wordt alles weer zwart en is het doodstil in huis. Een radiator borrelt nog even na. Buiten is het ook zwart en giert de wind. Binnen knappert de haard en zwijgend steken we de kaarsen aan. Mijn vrouw en ik drinken nog een glas wijn voor de haard en we staren een beetje in het vuur. Ik ga even voor het gevoel in de tuin staan. De sneeuw is op sommige plekken alweer tot een centimeter of 20 opgestoven en is heel fijn van structuur. Het is smerig koud dus besluit ik om in het door flessen warm water aangename bed te gaan liggen. Ik probeer nog een boekje te lezen bij kaarslicht maar mijn vingers bevriezen. Ach ja. Ben benieuwd waarin we morgen wakker worden. Het zal wel wit zijn. En stijfbevroren. Zoveel is zeker.

Het is zondag en gisteren is de elfstedentocht geschaatst, maar dat beheerst het nieuws niet. Wat wél het nieuws beheerst is de grootschalige stroomuitval die gisteren naar schatting 60 miljoen mensen in de Benelux, Duitsland en delen van Frankrijk heeft getroffen. Het nieuws komt mondjesmaat binnen maar stemt niet vrolijk: er zijn slachtoffers van bevriezing te betreuren, vooral in Duitsland waar het niet warmer werd dan -13 en waar het dus nog ietsje kouder was dan bij ons.

Europa heeft het moeilijk. De logistiek ligt op zijn gat: scheepvaart is gestremd door bevroren rivieren. De havens van Rotterdam, Antwerpen en Hamburg zijn niet meer bereikbaar. Op de satellietfoto zie je een ijstong vanuit de Nieuwe Waterweg de Noordzee insteken, en de plak ijs voor de kust reikt nu tot aan Den Helder. Waddeneilanden zijn niet meer als zodanig te herkennen; het is één grote, witte massa geworden. Nederland spreekt de ‘strategische oliereserve’ aan die in de Botlek is opgeslagen; de prijzen van ruwe olie rijzen de pan uit. Een liter benzine kost nu aan de pomp € 3,98 – als je al de mazzel hebt dat er benzine te krijgen is aan de pomp, want dat is lang niet altijd het geval.

Schaarste
De vooruitzichten zijn dus somber; er moet gerekend worden op meer stroomstoringen, de bevoorrading van de supermarkten liep al een tijdje moeilijk (het bordje ‘helaas zijn niet altijd alle producten op voorraad; wij danken voor uw begrip’ hangt nog steeds in de Jumbo hier) en brandstof wordt steeds schaarser. Het NIBUD heeft zijn berekening bijgesteld en verwacht dat een doorsnee-gezin er deze winter minstens € 550 bij moet leggen door stookkosten, duurder voedsel en brandstof. En, om het nog wat scherper te stellen: er is kouder weer onderweg.

Kan dat? Deze winter blijkbaar wel. De deskundigen in de media, maar ook op Weerwoord, buitelen over elkaar heen met verklaringen; waar komt deze kou vandaan? Hoe kan het, dat bijna heel Europa bevroren is? Boven onze hoofden is de T850 nu -16 en via de Oostzee is een bel met nóg koudere lucht onderweg – met temperaturen op hoogte tot -25 en nog kouder.

De weerkaarten zien er ook raar uit. Aan ‘onze’ kant van de aardbol zie je op noordelijke breedten een enorm hogedrukbolwerk met een kerndruk van 1055 hPa, en de kern beweegt zich al weken tussen Groenland en Finland, en wordt steeds versterkt met korte impulsen vanuit Siberië. Waarna het hogedrukgebied zich weer ‘sluit’ en er langs de oostflank nieuwe koude-impulsen volgen. Aan de andere – zeg, de Canadese – kant regent het lauw water, tot grote frustratie van mijn zwager in Toronto. Om ‘ons’ hogedrukgebied komen regelmatig koudeputjes indraaien en de ramkoers is noordwest-europa. En ook nu is er een ijskoude storing onderweg vanuit de Baltische Staten. Het KNMI verwacht dan ook voor de komende week:

“In het begin van de week verdere verscherping van de vorst. ’s Nachts zeer strenge vorst, overdag meest strenge vorst, in het zuidwesten mogelijk matig. Daarbij een meest harde wind uit oost- tot noordoostelijke richting. Maandag en dinsdag mogelijk intensieve sneeuwval met sneeuwdrift. Later drogere perioden, een afnemende wind en minder neerslag. Blijvend zeer koud.”

De Tabel erbij is indrukwekkend:

            ma    di    wo    do    vr
tx         -10   -11   -10    -9    -7
tn         -15   -17   -16   -15   -14
wind       o 5   no 6   o 4  no 3  o 3
neerslag   80%   70%   40%   30%   30%

Weerwoord
Op weerwoord ontstaat nu een nieuwe sfeer. Zelfs de meest voorzichtigen (‘preciezen’) zijn bereid om schoorvoetend toe te geven dat dit in de verte voorzichtig aan winter doet denken, waardoor er eindelijk eenheid ontstaat. De vraag is nu, of het verse kouderecord van -30,1 opnieuw gebroken gaat worden, omdat we deze winter inmiddels geleerd hebben dat het KNMI zéér conservatief is gebleken in zijn inschattingen. Iemand rekende uit dat het KNMI in de eerste drie weken van het jaar gemiddeld maar liefst 5,8 graden te hoog zat met de inschatting van de minimumtemperaturen. Voor december was die afwijking zelfs 6,4 graden. Dat levert toch stof tot nadenken. En discussie.

Toertocht
Daarnaast is er het probleem van de toertocht: aanvankelijk wilde het elfstedenbestuur deze tocht twee of drie dagen na de wedstrijd laten rijden, maar met deze omstandigheden is dat niet verantwoord. Het ijs is dik genoeg om een tank te dragen, maar het gaat om de veiligheid van de deelnemers en die kan niet gegarandeerd worden. Ik snap dat wel. Elk tochtje naar de supermarkt is een bezoeking van jewelste: het maakt niet uit hoe je je kleedt, dit weer gaat overal doorheen. Zelfs de Roemeense supermarktzwerver heeft er de brui aan gegeven en zien we al weken niet meer.

Toch ga ik te voet boodschappen doen, omdat ik deze uitzonderlijke omstandigheden maximaal wil ervaren. Er ligt op dit moment geschat 25 cm sneeuw, samengesteld uit vele, vele lagen van eerdere sneeuwval. Het sneeuw licht en waait hard, waardoor het stoffige poeder niet echt blijft liggen maar zich verzamelt in duinen op de hoek van straten, tussen auto’s en andere luwe plekjes. Waar de kade ophoudt en de Rijn begint is niet echt te zien. Af en toe zie ik een dorpsgenoot diep weggestopt in veel textiel tegen de wind in ploeteren. Het voelt alsof er ijsnaalden in mijn wangen (het enge onbedekte plekje ongeveer) worden gestoken in ik vind dat héérlijk.

De supermarkt is bijna leeg; er is geen hond. Ik bemachtig een pak langhoudbare melk en wat koffie, suiker, pasta en tomaten in blik, een blik sperziebonen (verse heb ik al in geen weken meer gezien) en wat onduidelijk separatorvlees; daar zullen we het vanavond mee moeten doen. Verder lijken de schappen op het gebit van een kickbokser: soms is er iets, maar vaak ook niet.

Als ik wil pinnen blijkt er een pinstoring te zijn en ik heb geen cash bij me. “Ach” zegt het meisje achter de kassa, “dan betaalt u morgen toch? Wees blij dat u weer haar heeft tegen de kou” glimlacht ze. Dat is waar, denk ik: deze zomer was ik door de chemo’s nog zo kaal als een biljartbal. Tevreden met mijn vachtje ploeter ik weer, tegen de wind in, naar huis. Daar brandt het vuur, het licht en de kachel.